001

Een middenfrequentversterker

a   versterkt het signaal uit de mengtrap en voert het toe aan de detector
b   versterkt het signaal uit de oscillator en voert het toe aan de mengtrap
c   versterkt het signaal uit de detector en voert het toe aan de laagfrequentversterker
058     Spiegelfrequentie
fs = 2 * MF
002

!n een superheterodyne-ontvanger is de frequentie-afstand tussen de afgestemde frequentie en de spiegelfrequentie:

a. de frequentie van het signaal plus de middenfrequentie
b. de middenfrequentie
c. tweemaal de middenfrequentie
d. de frequentie van het signaal min de middenfrequentie
003

Een superheterodyne-ontvanger is afgestemd op 800 Khz.
De oscillatorfrequentie is 1255 Khz.
De spiegelfrequentie is:

a   1710 Khz
b   2055 Khz
c   455 Khz
d   345 Khz
004

Een ontvanger voor 145.500 MHz heeft een middenfrequentie van 10.7 MHz.
De spiegelfrequentie is:

a   134.800 Mhz
b   10.700 Mhz
c   124.100 Mhz
d   156.200 Mhz
005

Een FM-ontvanger met een middenfrequentie van 10.7 MHz is afgestemd op een zender werkend op 90 MHz.
De oscillatorfrequentie is hoger dan de signaalfrequentie.
Een andere zender, op de spiegelfrequentie, veroorzaakt storing in de ontvangst.
Deze zender werkt op een frequentie van:

a   21.4 MHz
b   79.3 MHz
c   100.7 MHz
d   111.4 MHz