jj_06_03_004v
006

Om een hf-radioverbinding te maken over een zo groot mogelijke afstand wordt een antenne toegepast met een:

a   horizontale polarisatie
b   verticale polarisatie
c   grote opstralingshoek
d   kleine opstralingshoek
001

Een schakeling om mantelstromen tegen te gaan is:

a   schakeling  3
b   schakeling  2
c   schakeling  1
d   schakeling  4
007

Om een hoogohmige antenne aan te passen aan een voedingslijn met een lagere impedantie, wordt een STUB toegepast.
Wat is juist?

a   lengte1= 1/2 lambda  einde A kortgesloten
b   lengte1= 1/4 lambda  einde A open
c   lengte1= 1/4 lambda  einde A kortgesloten
d   lengte1= 1/8 lambda  einde A open
002

Het voornaamste doel van een aanpassingsnetwerk tussen zender en antennekabel is:

a   beveiliging tegen gevaar bij aanraking antennedraad
b   optimale belasting van de zender
c   meten van de staande golf verhouding in de antennekabel
d   vermindering van de terugwerking op de zenderfrequentie
003

Een halve golf enkele dipool wordt op dezelfde plaats vervangen door een halve golf gevouwen dipool.
In beide gevallen is het door de antenne uitgestraalde vermogen 100 watt op 14.1 Mhz
Het op 1000km afstand ontvangen signaal:

a   verandert niet
b   wordt zwakker
c   wordt sterker
d   wordt onneembaar
004???????

Een open [niet kortgesloten] stuk coaxiale kabel kan gebruikt worden als parallelresonantiekring indien de met een meetlat gemeten lengte:

a   ongeveer 30procent korter is als een halvegolf lengte
b   een kwartgolflente lang is
c   ongeveer 30procent langer is dan een halvegolflengte
d   een halvegolflengte lang is
005

De demping tussen twee verticale halvegolf dipolen wordt gemeten op een frequentie.
De antennes staan opgesteld in de vrij ruimte.
Als de frequentie wordt verdubbeld en de afmetingen van de halvegolf dipolen hierop worden aangepast, dan zal de demping:

a   3 dB afnemen
b   3 dB toenemen
c   6 dB toenemen
d   gelijk  blijven
008

Om een laagohmige antenne aan te passen aan een hoogohmige voedingslijn, wordt een “stub” toegepast.
Wat is juist?

a   lengte 1 = ½ lambda einde A = open
b   lengte 1 = ¼ lambda einde A = open
c   lengte 1 = 1/8 lambda einde A = kortgesloten
d   lengte 1 = ¼ lambda   einde A = kortgesloten
009

In welke figuur is de aanpassing bij de halve golf antenne juist?

a   figuur 4
b   figuur 3
c   figuur 1
d   figuur 2
010

Een staandegolfmeter is gemaakt voor een impedantie van 50
.
De antenneaanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de staandegolfmeter (SGM) 1 aanwijst.
Er is nu een sgv van 1 in:

a   alleen kabel 2
b   alleen kabel 1
c   kabel 1 en 2
d   geen van beide kabels
011

De belangrijkste component van een breedband-kunstantenne is een:

a   draadgewonden weerstand
b   niet-inductieve weerstand
c   ijzerkernspoel
d   luchtspoel
012

Een 50 ohm coaxiale kabel wil men aanpassen op een antenne met een impedantie van 72 ohm.
Men gebruikt hiervoor een kwartgolf impedantietransformator.
De transformator wordt gemaakt met coaxiale kabel met een karakteristieke impedantie van:

a   50 ohm
b   100 ohm
c   72 ohm
d   60 ohm
013

Om harmonischen van de zendfrequentie te onderdrukken wordt aan de coaxiale voedingslijn naar de antenne een coaxiale stub aangebracht.
Wat is juist:

a   lengte L. = 33 cm; einde A = kortgesloten
b   lengte L = 33 cm; einde A = open
c   lengte L = 66 cm; einde A = kortgesloten
d   lengte L = 99 cm; einde A = open
014

Gegeven:
Antenne aanpasunit

Gevraagd:
Functie daarvan