f.res=1/(2.pi.Ѵ(L.C)) 

(L.C)     LC = 0.2exp-3 * 500exp-12 =1exp-13
Ѵ(L.C)  Ѵ1exp-13 = 3.162exp-7
2 * pi * 3.162exp-7 = 1.987exp-6

1 / 1.987exp-6  = 503 KHz dit is dus de afgestemde frequentie.
Frequentie  en Q-factor.
Frequentie

Een afgestemde kring bestaande uit een spoel L (met de eenheid Henry) en een condensator C (met de eenheid Farad) heeft een bepaalde resonantie frequentie.
Deze Fres komt alleen voor bij 1 bepaalde frequentie van de wisselstroom//wisselspanning.
Dan werken de spoel L en de condensator C elkaar maximaal tegen.
Voorbeeld:
Een spoel van 0,2 mH (0,0002 Henry) is verbonden met een (draai)-condensator van 500 pF (0,000.000.000.500 Farad).
Voorbeeld verder
De spoel van 0.2 mH verandert niet , maar de draai-condensator stellen we nu af op 48.8 pF.
 
f.res=1/(2.pi.Ѵ(L.C))

LC = 0.2exp-3 * 48.8exp-12 =9.76exp-15
Ѵ 9.76exp-15 = 9.879exp-8
2 * pi * 9.879exp-8 = 6.207exp-7
1 / 6.207exp-7  = 1611 KHz dit is dus de afgestemde frequentie.


Met deze LC kring is het dus mogelijk om over de hele middengolfband af te stemmen.
Serieresonantie:
Bij de resonantie frequentie is de impedantie van een seriekring het kleinst,
de stroom door de kring zal dan ook het hoogst zijn.

Immers Xc = XL en werken elkaar tegen dus Z = 0 Ohm.

Boven of onder de resonantie frequentie zal de stroom door de kring afnemen.
De L en de C werken elkaar tegen.
Dus ze heffen elkaar op.

Zonder R zal dus de stroom zeer HOOG zijn
en de Z bijna NUL.
Parallelresonantie:
Bij de resonantie frequentie is de impedantie van een parallelkring het hoogst, de spanning over de kring zal dan ook het hoogst zijn.

Boven of onder de resonantie frequentie zal de spanning over de kring afnemen.

Bandbreedte:

Boven of onder de resonantie frequentie zal de stroom [serie] of de spanning [parallel] over de kring afnemen.
Er zijn twee frequenties waarbij de spanning over de kring tot een factor 0,707 is afgenomen, namelijk een frequentie vlak onder f.res, die noemen we fl -de lage freq.- en een vlak boven f.res, die noemen we fh -de hoge freq.-.

De afname van de spanning tot een factor 0,707 noemen we een afname van -3 dB.
De stroom in de kring is daar ook met 0,707 afgenomen, en het vermogen in de kring is daar de helft (0,707x0,707=0,5).

De bandbreedte van de afgestemde kring is:
BW = fh - fl
De Q-factor van de kring is                  : Q=f.res / BW                                     
Hoe hoger de Q-factor van de kring, des te kleiner de bandbreedte, en dat is gunstig om naast elkaar gelegen zenders uit elkaar te kunnen houden.

Hoe hoger de Q-factor, hoe hoger ook de spanning over de kring van het station dat we willen ontvangen, dus een hogere gevoeligheid van de ontvanger.

De Q-factor kan varieren van minder dan100 voor spoelen met massief draad, tot 400 of meer voor spoelen met litze draad.
Frequentie:
Deze formule mag ook,

L = altijd in uH
C = altijd in pF
De L en de C werken elkaar tegen
er is stroom of door L of stroom door C.
er is spanning of op C of op L.
De spanning zeer HOOG zijn en de Z HOOG.
H02 03 007 Frequentie  en Q-factor.     20211201

.
Figuur 1
Figuur 2
Figuur 3
Figuur 4
Figuur 5
Figuur 6
Figuur 7
Figuur 8
Figuur 9
Figuur 10
Figuur 11
Figuur 12
Figuur 13
jj_02_03_007v
Q-factor:
Q-factor seriekring:
Figuur 13
Qs = Xl/ Rs
Q-factor parallelkring:
Figuur 14
Qp = Rp / Xl
Figuur 14
Figuur 15
Q-factor seriekring:
Qs = Xl/ Rs
Q-factor parallelkring:
Qp = Rp / Xl
Figuur 14
Figuur 15