001

Wat is de wikkelverhouding?
n primair heeft 20 windingen
n secundair heeft 500 windingen
002

Wat is de wikkelverhouding?
n primair heeft 9 windingen
n secundair heeft 3 windingen
003

Een ideale transformator heeft primair een wikkeling van 9 windingen en secundair een wikkeling van 3 windingen
Op de secundaire wikkeling wordt een condensator van 90 pF aangesloten
Op de primaire wikkeling meten we een capaciteit van

a   270 pF
b    10 pF
c   810 pF
d    30 pF
004

Een luidspreker met een impedantie van 6 Ohm wordt via een aanpassingstransformator aangesloten op een versterker die belast moet worden met 600 Ohm.

De wikkelverhouding van de transformator moet zijn:

a   10 : 1
b   10.000 : 1
c   100 : 1
d   60 : 1
005

De impedantie Z bedraagt:

a   1 Ohm
b   10 Kohm
c   100 Ohm
d   1 Kohm
038    Wikkelverhouding
n = Np/Ns   n = Up/Us   n = Is/Ip  n2 = Zp/Zs   n2 = Cs/CP  n = Ѵ Cs / Cp
006

Een transformator met een primaite willeling van 1000 windingen wordt aangesloten op 220 V wisselspanning.
de secundaite wikkeling heeft 200 windingen.
De secundaire spanning is:

a   100 V
b   1000 V
c   200/ V 5 V
d   40 V
007

De verliesvrije transformator is belast met een weerstand.
De stroom door de weerstand is:

a   3 A
b   0.75 A
c   1.5 A
d   6 A
008

De transformator heeft n1 = 20 windingen en n2 = 100 windingen.
De ingangsimpedantie Z1 is:

a   3 Kohm
b   24 Ohm
c   120 Ohm
d   15 Kohm
009

Om de lamp maximaal te laten branden moet de wikkelverhouding van de aanpassingstrafo zijn:

a   2:1
b   8:1
c   1:1
d   4:1
010

Een transformator heeft primair 2000 windingen en secundair 1000 windingen.
Indien de spanning primair 230 volt bedraagt is de secundaire spanning:

a   460 V
b   155 V
c   115 V
d   55 V
011

De impedantie Z is:

a   100 Ω
b     50 Ω
c   400 Ω
d   800 Ω
012

Een ideale transformator is belast zoals hieronder aangegeven.
De stroom I2 is:

a   2 A
b   1 A
c   0.5 A
d   4 A
013

De primaire stroom I is:

a   25 mA
b   20 A
c   500 mA
d   50 mA
014

Een ideale transformator heeft primair 500 windingen en secundair 100 windingen.
De primaire stroom is ongeveer:

a   1 A
b   5 A
c   0.04 A
d   0.2 A
015

Om deze schakeling te kunnen maken beschikt u over 4 trafo's met verschillende
wikkelverhoudingen.
U wenst een onbelaste uitgangsspanning van 10 V zo dicht mogelijk te benaderen.
U kiest een transformator met een wikkelverhouding van:

a.  31:1
b.  44:1
c.  22:1
d. 5,5:1
016

Twee transformatoren worden geschakeld als hieronder aangegeven.
De spanning e2 is:

a   240 V
b   120 V
c   15 V
d   30 V
017

Een dipoolantenne met een impedantie van 300 Ω, wordt dmv een trafo aangesloten op een kabel van 75 Ω.
De trafoverhouding is dan:

a   1:1
b   14:1
c   2:1
d   4:1