001
002
003
004
005
006
007
De weerstand wordt te heet !!!

Dit komt door:
A teveel zelfinductie
B teveel spanning
C teveel stroom
008
009
010
011
012
013
007 Vermogen     P = U x I
014
015
016
017

In R1 wordt 25 Watt gedissipeerd

In de R2 wordt gedissipeerd?

a   25 W
b   100 W
c   12.5 W
d   50 W
018
Wanneer R1 kleinder wordt, dan zal de warmteontwikkelinmg in R2

a   gelijk blijven
b   toenemen
c   afnemen
019

Voor het meten van het door een zender opgenomen gelijkstroomvermogen wordt gebruik gemaakt van:

a   alleen een amperemeter
b   alleen een voltmeter
c   een amperemeter en een voltmeter
d   een ohmmeter
020

Een EZB-zender is belast met een kunstantenne [dummy load] en wordt met spraak gemoduleerd
De ingang van een oscillator is aangesloten op deze dummy load
De ingangsgevoeligheid van de oscilloscoop bedraagt 20 V/schaaldeel
De Peak Envelope Power [PEP] bedraagt

a 400 Watt
b 300 Watt
c 100 Watt
d  50 Watt
021

In R1 wordt 36 Watt aan warmte ontwikkeld
De warmte ontwikkeling in R2??

a   36 W
b   75 W
c     9 W
d   18 W
022

De maximale toelaatbare stroom die continu door een 10 Watt weerstand van 1000 Ohm mag lopen is

a  Ѵ10 A
b   0.01 A
c   1 A
d   0.1 A
023

De maximale toelaatbare stroom die continu door een 10 Watt weerstand van 100 Ohm mag lopen is

a   Ѵ0.1 A
b   0.01 A
c   1 A
d   0.1 A
024

Bij een voedingsspanning van 20Volt neemt een zendereindtrap 1 ampere op.
De dissipatie van de eindtrap is 10 Watt
Het door de eindtrap afgegeven vermogen is

a   10 W
b   20 W
c   15 W
d   30 W
025

De uitgang van een amateurzender is afgesloten met 50 Ohm
Op en oscilloscoop zien we hetvolgende beeld
De Peak Envelope Power [PEP] is

a   4 W
b   2 W
c   16 W
d   8 W
026
027
Een EZB zender wordt gestuurd met een dubbeltoon (1100Hz en 1900Hz, van gelijke ampltude).
De meter wijst 71 V aan.
De Peak Envelope Power (PEP) bedraagt:

a   71 W
b   150 W
c   100 W
d   50 W
028

De Peak Envelope Power (PEP) van deze gemoduleerde hf-spanning over een 75 Ohm belastingsweerstand is:
a   75 Watt
b   37.5 Watt
c   16.6 Watt
d   50 Watt
029

De belastingstroom varieert van 100 to 300 mA.
Het maximaal gedissipeerde vermogen door de zenerdiode is:

a   1  Watt
b   8 Watt
c   3 Watt
d   2 Watt
030

Van een zender nemen de laatste twee trappen een stroom op van respectievelijk 100 mA EN 1 A;
de voedingsspanning is 10 V.
Het rendement c van elke trap is 50%.
De versterking van de laatste trap is:

a   6 dB
b   10 dB
c   20 dB
d   3 dB
031

Een zendereindtrap heeft een rendement van 60%.
Bij een voedingsspanning van 10 V bedraagt de door de eindtrap opgenomen stroom 10 A.
De coaxkabel naar de antenne geeft een vermogensverlies van 30%.
Het aan de antenne afgegeven vermogen is:

a   18 W
b   28 W
c   112 W
d   42 W

 
032

Op een oscilloscoop, aangesloten op de uitgang van de zender, zien we het geschetste beeld.
De verticale gevoeligheid is 50 volt/div.
De belasting is 50 ohm.
Het afgegeven vermogen is dan ongeveer:

a   200 W
b   100 W
c     50 W
d     25 W
033

De transistor in de eindtrap van een zender neemt 2 ampère uit de voeding op.
Deze transistor wordt vervangen door een transistor welke in dezelfde schakeling 4 ampère opneemt.
Het rendement van de zender blijft gelijk.
Het uitgangsvermogen van de zender is dan:

a. 4x zo groot
b. even groot
c. 2x zo groot
d. 2x zo klein
034

Deze versterker heeft een spanningsversterking van 8 maal en de ingangsweerstand is 50
.
De vermogensversterking is:

a   8Ѵ 2 maal
b   64 maal
c   400 maal
d   8 maal
035

Om het opgenomen vermogen van de zender te meten gebruikt men een voltmeter en een ampèremeter.
Het opgenomen vermogen bedraagt:

a. 90 W
b. 95 W
c. 99,95 W
d. 100 W
036

In R1 wordt 36 watt gedissipeerd.
ln R2 wordt gedissipeerd:


a   72 W
b   18 W
c   144 W
d   36 W
037

Bij geopende schakelaar S dissiperen de weerstanden elk 50 watt.
Als de schakelaar S wordt gestoten, is het gedissipeerde vermogen:

a   200 W
b   400 W
c   100 W
d   50 W
038

ln de schakeling zijn alle weerstanden 100 Ohm.
ln R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.
ln R1 wordt een vermogen gedissipeerd van:

a   2 W
b   0,5 W
c   4 W
d   1 W
039

De belastingsstroom Ibel varieert van 100 tot 300 mA.
Het maximale gedissipeerde vermogen door de zenerdiode is:

a   2 W
b   3 W
c   1 W
d   8 W
040

De transistor is niet in verzadiging.
De 100
weerstand wordt vervangen door een weerstand met een 3 maal zo kleine waarde.
Het opgenomen elektrische vermogen in die weerstand:

a   wordt 3 maal zo groot
b   blijft gelijk
c   wordt 3 keer zo klein
d   wordt 9 keer zo klein
041

ln de weerstand R wordt een vermogen gedissipeerd van:

a. 20 W
b. 10 W
c. 80 W
d. 200 W
042

De uitgang van een zender is aangesloten op een belasting van 50
.
Verder zijn er de volgende gegevend bekend:
- de voedingsspanning is 12V.
- de opgenomen stroom is 4A.
- de stroom toegevoerd aan de eindtrap is 3 A.
- de stroom in de belastingsweerstand is 0.5A
Het afgegeven hoogfrequent zendvermogen bedraagt:

ä   12.5 W
b      48 W
c      25 W
d      36 W
043

Het uitgangsvermogen van  de zender is:

a   400 mW
b   2 W
c   4 W
d   200 mW
044

Deze wisselspanning wordt aangesloten op een weerstand van 10 ohm.
Het opgenomen vermogen is:

a   10 W
b   5 W
c   7.07 W
d   100 W
045

Om het opgenomen vermogen van de zender zo nauwkeurig mogelijk te meten , dient de weerstand van de respectievelijke meetinstrumenten te zijn:

a   A-meter hoog     V-meter laag
b   A-meter laag      V-meter hoog
c   A-meter hoog     V-meter hoog
d   A-meter laag      V-meter laag
 
046

De uitgang van een zender is aangesloten op een belastingsweerstand van 50 Ohm.
Verder zijn de volgende gegevens bekend:
-de voedinsspanning is 12 volt
-de opgenomen stroom is 4A
-de stroom toegevoerd aan de eindtrap bedraagt 3A
-de stroom in de belastingsweerstand is 0.5A
Het afgegeven hf-zendvermogen is:

a   12.5 W
b   25 W
c   48 W
d   36 W
047

Een sinusvormige wisselspanning met een Umax van 10 V, wordt aangesloten op een weerstand van 10 ohm.
Het opgenomen vermogen is:

a   5 W
b   10 W
c   7.07  W
d   100 W
048

In de weerstand R wordt een vermogen gedissipeerd van:

a   10 W
b   20 W
c   25 W
d   2 KW
049

Indien de stroom door een weerstand 3 maal zo groot wordt, wordt het in deze weerstand gedissipeerde vermogen:

a   9 maal zo klein
b   9 maal zo groot
c   3 maal zo klein
d   3 maal zo groot
050

De eindtrap van een AM zender heeft een piekvermogen bij 100% modulatie
(peak envelope power) van 200 watt.
Het draaggolfvemogen is dan:

a   200 watt
b   100 watt
d   50 watt
d   25 watt
051

In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.
Hoe groot is het vermogen dat in de weerstand R1 gedissipeerd wordt?

a   2 W
b   4 W
c   8 W
d   16 W
052

De weerstand wordt vervangen door een weerstand met 3 maal zo kleine waarde.
Het opgenomen elektrische vermogen in de weerstand:

a   wordt 3 x zo groot
b   wordt 3 x zo klein
c   wordt 9 x zo klein
d   blijft gelijk
053

Een smoorspoel met een impedantie van 10 ohm wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 10 volt.
De cos.fi tussen de spanning en de stroom is 0.707.
Het opgenomen vermogen is:

a   10 W
b   7.07 W
c   70.7 W
d   14.14 W
054

In de figuur is het vectordiagram weergegeven van de serieschakeling ven een weerstand R en een spoel L.
Het gedissipeerde vermogen is:

a   U x I
b   Ur x I
c   UL x I
d   U2 / R
055

Een zender eindtrap is afgesloten met een belastingsweerstand.
Het afgegeven hoogfrequent vermogen wordt bepaald door vermenigvuldiging van de waarden van meter aanwijzingen:

a   1 en 2
b   3 en 4
c   1 en 4
d   2 en 3
056

Bij welke waarde van R wordt maximaal vermogen aan deze weerstand geleverd?

a   25 ohm
b   50 ohm
c   100 ohm
d   500 ohm
057

Bij geopende schakelaar S dissipeert de weerstand 100 watt.
De weerstand heeft een aftakking op het midden.
Als de schakelaar S wordt gesloten, is het gedissipeerde vermogen:

a   50 W
b   100 W
c   200 W
d   400 W