006

Een balun wordt toegepast om:

a   een asymetrische kabel aan een dipiool aan te sluiten
b   het richteffect van de antenne te verbeteren
c   een symmetrische voedingslijn aan een dipool aan te sluiten
d   de polarisatie van de antenne te veranderen
jj_06_03_003v
001

Een nadeel van een kwartgolf draadantenne zonder voedingslijn is:

a   de even harmonischen worden niet onderdrukt
b   het punt van maximale straling ligt vlakbij de zender
c   de zeer hoge spanning die kan optreden op het voedingspunt
002

Een halvegolf gevouwen dipoolantenne voor de 40-meterband wordt gevoed door een lintlijn met een karakteristieke impedantie van 300 Ohm.
De lengte van deze voedingslijn:

a   moet een oneven aantal kwartgolf-lengten bedragen
b   mag ieder willekeurige lengte hebben
c   moet precies 20 meter zijn
d   moet een even aantal halvegolf-lengten bedragen
003

Een balun met een impedantie-transformatieverhouding van 1op4 wordt toegepast om:

a   het richteffect te verbeteren
b   de antenne op de juiste frequentie in resonantie te brengen
c   een gevouwen dipool van 300 Ohm aan een coaxkabel van 75 Ohm aan te passen
d   een 300 Ohm dipool aan een 300 Ohm open  voedingslijn aan te passen
004

Het doel van een balun in een antennesysteem is het…

a   vergroten van de staandegolfverhouding
b   beschermen van het antennesysteem tegen blikseminslag
c   vermindering van de uitstraling van harmonischen
d   voorkomen van mantelstromen op de kabel
005

In welke figuur is de aanpassing bij de halve golf antenne juist?

a   figuur 1
b   figuur 2
c   figuur 3
d   figuur 4
007

Een balun wordt toegepast om:
a   de antenne-impedantie te veranderen
b   de ohmse weerstand van de voedingskabel te veranderen
c   de impedantie van de voedingskabel te veranderen
d   van een asymmetrische kabel over te gaan naar een symetrische antenne
008

De combinatie van transformator en antenne is het best aangepast aan de coaxiale kabel bij een wikkelverhouding n1 / n2:

a   1 : 6
b   1 : 1
c   1 : 2
d   2 : 1
009

Een zender is via een antenne aanpassingseenheid en een kabel met de antenne verbonden.
Door een juiste instelling van de antenne-aanpassingseenheid wordt:

a.de combinatie van tuner, kabel en antenne aangepast aan de zender
b.alleen de antenne in resonantie gebracht
c.alleen de kabel in resonantie gebracht
d.de staandegolfverhouding op de kabel naar de antenne afgeregeld
011

Het voornaamste doel van een aanpassingsnetwerk tussen zender en antennekabel is:

a   meting van de staandegolfverhouding in de antennekabel
b   optimale belasting van de zender
c   vermindering van de terugwerking op de zenderfrequentie
d   beveiliging tegen gevaar bij aanraking antennedraad
010

Een 50 ohm coaxiale kabel wil men aanpassen op een antenne met een impedantie van 72 ohm.
Men gebruikt hiervoor een kwartgolf impedantietransformator.
De transformator wordt gemaakt met coaxiale kabel met een karakteristieke impedantie van:

a   72 ohm
b   100 ohm
c   60 ohm
d   50 ohm
012

Een halvegolf gevouwen dipool wordt via een balun in het midden gevoed door een coaxiale kabel van 75 ohm.
Voor goede aanpassing heeft de balun tussen kabel en antenne een impedantieverhouding van:

a   1:2
b   1:1
c   1:4
d   2:1