jj_02_02_005v
001

Een condensator van 25 nF is aangesloten op een wisselspanning met een frequentie van 50 Khz.
De reactantie Xc is ongeveer:

a   254 Ohm
b   800 Ohm
c   127 Ohm
d   1250 Ohm
002

Bij een condensator is het faseverschil tussen de stroom en spanning:

a   1800
b   900
c   afhankelijk van de frequentie
d   00
003

Een condensator wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 15 volt.
Bij een frequentie van 100 Hz is de stroom door de condensator 50 mA.
Indien de frequentie 2000 Hz bedraagt is de stroom:

a   even groot
b   ѵ20 maal zo groot
c   20 maal zo groot
d   20 maal zo klein
004

Een verliesvrije condensator is aangesloten op een sinusvormige spanning.
Welke bewering is juist?

a   de condensator neemt het dubbele vermogen op bij verdubbeling van de capaciteit
b   de condensator neemt geen vermogen op
c   de condensator neemt het dubbele vermogen op bij verdubbeling van de spanning
d   de condensator neemt bij een bepaalde frequentie maximaal vermogen op
005

Een condensator wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 220 volt en 50 Hz.
De stroom door de condensator is 50 mA.
Indien de frequentie 1000 Hz bedraagt, is de stroom:

a   20 maal zo klein
b   ongewijzigd
c   20 maal zo groot
d   400 maal zo groot
006

De formule voor de reactantie van een condensator luidt:

a   1/ 2π (C+f)
b   1 / 2π (C-f)
c   f/ 2πC
d   1/ 2πCf
007

De formule voor de reactantie van een condensator is:

a   Xc = 2πC / f
b   Xc = 2πfC
c   Xc = f / 2πC
d   Xc = 1 / 2πfC
008

Gegeven:
C = 22pF
f = 400MHz

Gevraagd:
Xc
009

Gegeven:
RC-tijd = 1 s
R = 50 Kohm

Gevraagd:
C
010

Gegeven:
C = 10nF
R = 47 Kohm

Gevraagd:
RC-tijd