001

In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor
"[-X-]: apparaat die naar hun aard bestemd zijn voor en zenden of het zenden en het ontvangen van radiocommunicatiesignalen"

In plaats van [-X-] staat

a   radioversterkerapparaten
b   radio-ontvangapparaten
c   radiozendapparaten
d   meetapparaten
002

In de "gebruikersbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan, een of meer radiozendapparaten

a   met de daarbij behorende ontvang- en antenne-inrichting
b   met de daartoe behorende antenne-inrichting, noodzakelijk voor het op een locatie uitvoeren van een radiocommunicatiedienst
     in de zin van artikel 1.19 van het radioreglement
c   die op het vaste adres staan opgesteld
003

De radiozendamateur mag het amateurstation gebruiken voor het uitzenden van

a   opmerkingen van commerciele aard
b   versleutelde informatie
c   informatie die betrekking heeft op het amateurstation
d   informatie afkomstig van commerciŽle radiostations
005

Een geregistreerde zendamateur koopt een tweedehands mobilofoon , werkend in de band 146_172 MHz
Hij wijzigt het frequentiebereik naar 144_172 MHz
Het gebruik van dit apparraat is

a   toegestaan, mits hij zich aan de gebruikersbepalingen amateurfrequentiegebruik houdt
b   niet toegestaan
c   alleen toegestaan als de eindtrap van de zender is verwijderd
004

Een geregistreerde radiozendamateur gebruikt zijn amateurstation als een onbemand relaisstation
Dit is

a   nooit toegestaan
b   uitsluitend toegestaan met een vergunning van AT
c   altijd toegestaan
006

Voor de radiozendamateur in de categorie N is het maximale toegestane zendvermogen

a   35 W
b   15 W
c   25 W
007

Bij onderzoek naar aanleiding van een klacht blijkt dat uw amateurzender storing veroorzaakt in een mobilifoonkanaal van de politie
De minister van economische zaken is in dit geval bevoegd
1   het amateurapparaat in beslag te nemen en op uw kosten te vernietigen
2   een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen
Juist is?

a   alleen 1
b   alleen 2
c   zowel 1 als 2
d   geen van beide
008

In de "gebruikersbepalingen" wordt onder het radioverkeer verstaan, een of meer radiozendapparaten

a   met de daartoe behorende antenne-inrichting, noodzakelijk voor het op een locatie uitvoeren van een radioamateurdienst in de zin van
     artikel 1.19 van het radioregelement
b    die op het vaste adres staan opgesteld
c    waarvoor frequentieruimte is gereserveerd
d    met de daartoe behorende ontvang- en antenne-inrichtingen
009

In de algemen bepalingen van de Telecommunicatie komt de volgende defenitie voor:
[-X-] :eigenschappen van apparaten, om op  bevredigende wijze in hun elektromagnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor alles wat zich in die omgeving bevindt

In plaats van [-X-] staat
a   elektromagnetische toegangkelijkheid
b   elektromagnetische compatibiliteit
c   elektromagnetische stoorongevoeligheid
010

Een amateurzender werkt met de klasse van uitzending F3E en een bandbreedte van 16 Khz.
Volgens de gebruiksbepalingen mag deze zender niet werken op:

a   145.995 Mhz
b   144.016 Mhz
c   145.160 Mhz
d   145.500 Mhz
011

In de algemene bepalingen van de Telecommunictiewet komt het volgende voor:
[-X-] apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen
[-X-] staat voor:

a   meetapparaten
b   radiozendapparaten
c   radioversterkerapparaten
d   radio-ontvangstapparaten
012

De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden

a   alleen Europa
b   alleen Europa. Afrika en enkele Aziatische landen
c   alleen de CEPT landen
d   alleen Nederland, Belgie en Luxemburg
013

Een radiozendamateur laat voor een georganiseerde radioamateur-peilevenement zijn zender werkend achter in het bos
Dit is

a   uitsluitend toegestaan als hiervoor toestemming van AT is verkregen
b   niet toegestaan
c   uitsluitend toegestaan onder voorwaarde dat AT daarvan vooraf in kennis id gesteld
d   toegestaan
014

De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III

a   Australie en China
b   Noord en Zuid-Amerika
c   Europa en Afrika
d   Afrika en Australie
015

Een radiozendamateur werkt op een amateurfrequentie waarop de Amateurdienst met secundaire status is toegelaten
De radiozendamateur is verplicht om gedurende de uitzendingen

a   in het geval hij storing veroorzaakt bij een andere gebruiker , zijn uitzendingen altijd te staken
b   altijd voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status
c   altijd voorrang te verlenen aan professionele diensten met een secundaire status
d   in het geval hij storing veroorzaakt bij een andere radiozendamateur , zijn uitzendingen direct te staken
016

De ITU regio II omvat het volgende gebied

a   Afrika
b   Europa
c   Amerika
d   Azie
017

De radiozendamateur moet

a   kunnen vaststellen hoeveel hoogfrequentvermogen aan de antenne van de zendinrichting wordt toegevoerd
b   er voor zorgdragen dat het toegestane zendvermogen niet wordt overschreden
c   in staat zijn vast te stellen dat het door de antenne uitgestraalde zendvermogen niet wordt overschreden
d   kunnen vaststellen met welk zendvermogen de zendinrichting werkt
018

De wetgever onderscheidt F en N voor het doen van onderzoekingen door radioamateurs.
Dit onderscheid bepaalt uitsluitend de toegestane

a   frequentiebanden
b   zendvernogens en klassen van uitzending
c   klassen van uitzending en de status van de aangewezen band
d   frequentiebanden en zendvermogens
019

Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter
Tot zijn schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen
Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven
Dit is

a   toegestaan als de zakelijke relatie ook zendamateur is
b   toegestaan
c   toegestaan als het bericht maar zeer kort is en er in de directe omgeving geen telefoon aanwezig is
d   niet toegestaan
020

De communicatie tussen amateurstations mag geen berichten bevatten

a   betreffende technische onderzoekingen
b   van gering belang
c   ten behoeve van of voor derden
d   met opmerkingen van persoonlijke aard
021

In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor
[-X-]:eigenschap van apparaten, om op bevredigende wijze in hun elektromagnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor alles wat zich in die ongeving bevindt
In plaats van [-X-] staat

a   elektromagnetische stoorongevoeligheid
b   elektromagnetische affiniteit
c   elektromagnetische toegangkelijkheid
d   elektromagnetische comptabiliteit
022

Een zendamateur zendt uit in de klasse van uitzending J3E [EZB]
Het door de direkt met de antenne-inrichting te koppelen trap van het zendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over 1 periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende, bedraagt 100 Watt
Volgens de gebruikersbepalingen is het zendvermogen

a   25 W
b   400 Watt
c   100 Watt
d   200 Watt
023

Een radiozendamateur zendt een signaal uit met een bandbreedte van 2200 Khz
Dit is

a   alleen toegestaan in de amateurbanden vanaf 430 Mhz en hoger
b   in de 2-meter amateurband toegestaan
c   in geen enkele amateurband toegestaan
d   in alle amateurbanden toegestaan
024

In de gebruikersbepalingen wordt onder het radiostation verstaan

a   de radiozendapparaten op het vaste adres
b   1 of meer radiozendapparaten met uitzondering van radiozendapparaten die niet op het vaste adres staan opgesteld
c   1 of meer radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen
d   1 of meer radiozendapparaten met de daartoe behorende ontvangers
025

Defintie zendvermogen
Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de [-X-] tijdens het maximum van de omhullende [Peak Envelope Power]
Op de plaats [-X-] moet staan

a   laagfrequente ingangswisselspanning
b   hoogfrequente ingangswisselspanning
c   laagfrequente uitgangswisselspanning
d   hoogfrequente uitgangswisselspanning
026

Een registratie in de categorie F voor het doen van onderzoekingen door de radiozendamateur wordt door het AT uitgevoerd onder de volgende voorwaarden

a   leeftijd tenminste 12 jaar en geslaagd voor N
b   leeftijd tenminste 12 jaar en geslaagd voor F
c   leeftijd tenminste 14 jaar en geslaagd voor F
d   leeftijd tenminste 14 jaar en geslaagd voor N
027

Wat dient u te doen voordat u op een aan de amateurfrequentie een CQ-oproep wilt zenden?

a   ik zend enkele malen kort een signaal om te constateren of ik geen andere verbinding stoor
b   ik overtuig me ervan dat de frequentie vrij is, zodat ik geen andere verbinding stoor
c   ik observeer gedurende ten minste 10 minuten de frequentie en ga daarna mijn oproep uitzenden
d   ik vraag enkele malen of de frequentie vrij is
028

Volgens het Internationale Radioregelement is radiocommunicatie tussen amateurstations van verschillende landen

a   altijd toegestaan
b   verboden iendien de administratie van 1 van de betrokken landen heeft laten weten hiertegen bezwaar te hebben
c   alleen toegestaan als in het internationale amateuroverleg hierover een overeenkomst is bereikt
d   alleen toegestaan door amateurs die hebben aangetoond teksten in morseschrift correct met de hand te kunnen
     seinen en correct op het gehoor te kunnen ontvangen
029

Het houden van radiowedstrijden (contesten) is niet toegestaan in de frequentieband

a   3.7-3.8 Mhz
b   7.0-7.1 Mhz
c   10.1-10.15 Mhz
d   1.81-1.85 Mhz
030

In de gebruikersbepalingen is ondermeer bepaald dat de radioamateur

a   tijdens de uitzendingen van een amatyeurstation hierbij altijd aanwezig dient te zijn
b   recht heeft op ongestoord gebruik van de aan de Amateurdienst toegewezen amateurbanden
c   alleen radiozendapparaten mag gebruiken die van een toegestaan type zijn
d   bij het gebruik van het amateurstation overlast in het radioverkeer dient te voorkomen
031

In de gebruikersbepalingen wordt onder het radiostation verstaan

a   een inrichting waarmee met toestemming van het AT technische onderzoekingen wordt gedaan
b   een samenstel van radio-ontvang-en-zendapparaten voor het onderhouden van amateurradioverbindingen
c   een of meer radiozendapperaten met de daartoe behorende antenne-inrichting
d   een inrichting waarmee bevoegde personen die geinteresseerd zijn in radiotechniek onderlinge radioverbindingen onderhouden
>>>>> H12
12  Nationale en internationale gebruiksregels
032

Bij onderzoek nav een klacht blijkt dat uw amateurzender storing veroorzaakt in een mobilofoonkanaal van de politie:
De minister van Economische zaken is in dit geval  bevoegd:
1: het amateur apparaat in beslag te nemen en op uw kosten te vernietigen
2: een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen
Juist is

ä   geen van beiden
b   alleen 2
c   alleen 1
d   zowel 1 als 2
033

Tijdens een amateur-radio uitzending moet de radiozendamateur er voor zorgdragen dat:

a   het maximum zendvermogen niet wordt overschreden
b   het zendvermogen constant blijft
c   de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane 
     zendvermogen niet worden overschreden
d   de zendfrequentie zo stabiel mogelijk is
034

Binnen het kader van de amateurdienst is de Nederlandse zendamateur bevoegd:

a   uitzendingen te doen tbv de begeleiding van sportmanifestaties
b   technische onderzoekingen te doen op frequentiebanden die daarvoor zijn aangewezen
c   uitzendingen te doen tbv derden
d   technische onderzoekingen te doen met persoonlijk oogmerk en met geldelijke interesse
035

Een radiozendamateur laat voor een georganiseerd radioamateur-peilevenement zijn zender werkend achter in het bos.
Dit is:

a   toegestaan
b   uitsluitend toegestaan onder voorwaarde dat Agentschap Telecom daarvan vooraf in kennis is gesteld.
c   uitsluitend toegestaan als hiervoor toestemming van Agentschap Telecom is verkregen
d   niet toegestaan
036

Gedurende een uitzending dient de radiozendamateur zijn roepletters:

a   tenminste 1 maal per 5 minuten te vermelden
b   tenminste 1 maal per 10 minuten te vermelden
c   alleen op verzoek van het tegenstation te vermelden
d   niet te vermelden
037

U bent heel ambitieus en besluit een 2 meter zender te bouwen.
Zodra de zender zover is dat u er een signaal mee kunt uitzenden:

a   gaat u zondermeer proberen direkt een verbinding te maken
b   sluit u een kunstantenne aan om te kijken hoe de zender werkt zonder een signaal uit te zenden
c   stuurt u de zender op naar Agentschap Telecom met het verzoek de zender op harmonischen te testen
d   doet u een algemen oproep op 2 meter met het verzoek of iemand u verder kan helpen
038

Het maximale toegestane zendvermogen voor een radiozendamateur mat een F-registratie is in de 2-meter amateurband:

a   120 W
b   100 W
c     25 W
d   400 W
039

Een radiozendamateur met een registratie in de categorie F maakt zijn verbindingen in de 20-meter amateurband.
Zijn zender kan een zendvermogen leveren van maximaal 600 Watt.
Het gebruik van deze zender is:

a   zonder beperkingen toegestaan
b   niet toegestaan
c   toegestaan mits het zendvermogen wordt ingesteld op ten hoogste 400 Watt
d   toegestaan als het zendvermogen wordt ingestelt op ten hoogste 120 Watt
040

Een registratie voor het gebruik van frequentieruimte voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs wordt uitgevoerd namens de Minister van:

a   Justitie
b   Verkeer en Waterstaat
c   Binnenlandse Zaken
d   Economische Zaken
041

Defenitie zendvermogen:
Het door de direct met {X} te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over 1 periode van de hoogfrequente uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de onhullende (Peak Envelope Power).
Op de plaats (X) moet staan:

a   het ontvangapparaat
b   het radiozendapparaat
c   het voedingsapparaat
d   de antenne-inrichting
042

Het gebruik van ATV met een bandbreedte van 6 Mhz is toegestaan.

a   vanaf 144 Mhz en hoger
b   vanaf 433 Mhz en hoger
c   in alle frequentiebanden mits het overige amateurradioverkeer hiervan geen storing ondervindt
d   in alle frequentiebanden met uitzondering van de 30-meter band
043

Tijdens een uitzending moeten de roepletters uitgezonden worden tenminste 1x per:

a   15 minuten
b   5 minuten
c   10 minuten
d   3 minuten
044

Tijdens een uitzending moeten de roepletters uitgezonden worden tenminste 1 keer per:

a       3 minuten
b     15 minuten
c        5 minuten
d     10 minuten
045

Een radiozendamateur ondervindt storing van een radiostation dat niet bevoegd  is met hem radioverbindingen te maken.
Om dit station hierover te informeren brengt de radiozendamateur hiermee een radioverbinding tot stand.
Dit is:

a   toegestaan als de amateurdienst in die frequentieband een secundaire status heeft
b   toegestaan als blijkt dat het radiostation eveneens storing ondervindt van de uitzendingen van het amateurstation
c   niet toegestaan
d   toegestaan als de amateurdienst in die frequentieband een primaire status heeft
046

Definitie zendvermogen:
Het door de direct met [...X...] te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over éen periode van de hoogfrequente uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende (Peak Envelope Power).
Op de plaats van [...X...] moet staan:

a. de antenne-inrichting
b. het radiozendapparaat
c. het ontvangapparaat
d. het voedingsapparaat
047

Juist is:

a. de 50 MHz frequentieband mag door de radiozendamateur met een F-registratie worden gebruikt met een zendvermogen van 400 W
b. de 50 MHz frequentieband mag door de radiozendamateur met een F-registratie worden gebruikt met een zendvermogen van 30 W
c. de 50 MHz frequentieband mag door de radiozendamateur met een F- of N-registratie worden gebruikt met een zendvermogen van 120 W
d. de 50 MHz frequentieband mag door de radiozendamateur met een F- of N-registratie worden gebruikt met een zendvermogen van 25W
048

In het geval van een FM-zender wordt volgend de gebruikerbepalingen onder zendvermogen verstaan:

a   het door de zender afgegeven hoogfrequent vermogen
b   het door de voeding geleverde gelijkstroom vermogen
c   het door de antenne afgegeven gemiddelde hoogfrequent vermogen
d   het door de eindtrap opgenomen gelijkstroom vermogen
049

Een zender werkt met een klasse van uitzending F3E (FM).
Het gemiddelde vermogen dat door de eindtrap aan de antenne-inrichting wordt afgegeven bedraagt 8 watt.
Volgens de "gebruikersbepalingen"is het zendvermogen:

a. 1 W
b. 8 W
c. 4 W
d. 16 W
050

Het maximale toegestane zendvermogen voor een F-amateur in de 2-meterband:

a   120 W
b   25 W
c   400 W
d   100 W
051

IARU-bandplannen dienen om:

a. de storingen tussen amateurstations onderling te verminderen
b. aan iedere amateur een vaste frequentie toe te wijzen
c. het aantal toegepaste klassen van uitzending te beperken
d. de bandbreedte van amateuruitzendingen te beperken
052

Tijdens een amateurradio-uitzending moet de radiozendamateur er voor zorgdragen dat:

a   het zendvermogen constant blijft
b   het maximaal zendvermogen niet wordt overschreden
c   de zendfrequentie zo stabiel mpogelijk is
d   de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overchreden
053

IARU bandplannen zijn:

a   aanbevelingen binnen de Amateurdienst
b   door de ITU voorgeschreven
c   door de CEPT voorgeschreven
d   wettelijk vastgelegd
054

Een radioazendmateur met een N registratie wil bij een radiozendamateur met een F registratiezenden op een frequentie van 1297 Mhz.
Dit is:

a   toegestaan, mits de zendamateur met de F registratie aanwezig is bij het zendapparaat
b   toegestaan, mits het zendvermogen maximaal 25 Watt bedraagt
c   niet toegestaan
d   toegestaan, mits de radiozendamateur met de N registratie de roepletters van de zendamateur met de F registratie gebruikt
055

Welke combinatie van mogelijkheden mag de radiozendamateur met een F registratie gebruiken?

a   zendvermogen 400 W      frequentie 135.0 Khz
b   zendvermogen 120 W      frequentie 3400.01 Mhz
c   zendvermogen 400 W      frequentie 1250.1 Mhz
d   zendvermogen 120 W      frequentie 29.9 Mhz   
056

De Amateurdienst wordt uitgeoefend door bevoegde personen:
1. die geïnteresseerd zijn in de radiotechniek
2. met uitsluitend een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijke interesse
Wat is juist?

a   2
b   1 en 2
c   1
d   geen
057

Tijdens uitzendingen op frequenties, waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegestaan, is de radiozendamateur verplicht:

a   altijd voorrang te verlenen aan andere diensten met een secundaire status
b   voorrang te verlenen aan alle diensten als blijkt dat zijn uitzending storing veroorzaakt
c   altijd voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status
d   altijd voorrang te verlenen aan diensten die een gelijke status hebben als de Amateurdienst
058

Een amateurstation zendt uit in spraak in de klasse F3E.
Voor de voorgeschreven identificatie geldt dat het amateurstation mag uitzenden in:

a   onder andere F3E, G3E en R3E
b   alleen F2A
c   alleen F3E
d   elke klasse van uitzending
059

Een radiozendamateur ondervindt storing van een radiostation dat niet bevoegd is met hem radioverbindingen te maken.
Om dit station hierover te informeren brengt de radiozendamateur hiermee een radioverbinding tot stand.
Dit is:

a.  toegestaan als blijkt dat het radiostation eveneens storing ondervindt van de uitzendingen van het amateurstation.
b.  toegestaan als de amateurdienst in die frequentie een secundaire status heeft
c.  toegestaan als de amateurdienst in die frequentie een primaire status heeft
d.  niet toegestaan
060

Het uitzenden van televisie-signalen is zonder meer toegestaan:

a.   op alle amateurbanden boven de 144 MHz
b.   op alle amateurbanden boven de 430 MHz
c.   in de amateurbanden 430-440 MHz en 1215-1300 MHz
061

De frequentiestabiliteit voor uitgezonden signalen beneden de 30 MHz mag niet slechter zijn dan:

a.   100 Hz
b.   500 Hz
c.    1 KHz
062

De uitzendingen van een amateurstation veroorzaken storing in een elektronisch orgel.
Het orgel voldoet aan de gestelde eisen dan wel redelijkerwijs te stellen eisen.
Wat is juist?

a   de eigenaar van het orgel dient de machtiginghouder van het amateurstation schriftelijk te
     informeren over de klacht
b   bij behandeling van de klacht door de toezichthoudende ambtenaar behoeft de klager geen
     medewerking te verlenen
c   de klager zal in alle gevallen de voor de opheffing van de storing gemaakte kosten moeten
     betalen
d   als blijkt dat het amateurstation niet voldoet aan de gestelde technische eisen , dan dient de
     radioamateur de door de Minister gegeven aanwijzingen op te volgen.
063

Welke wijzen van identificatie van het amateurstation zijn voor de A-machtiginghouder toegestaan?

a   met spraak, morse-telegrafie, automatische telegrafie, beeldoverdracht
b   alleen met spraak en automatische telegrafie
c   alleen in verstaanbare taal en telegrafie
d   alleen spraak in de klasse van uitzending J3E
064

De zender van een F-vergunninghouder kan in de 40-meter amateurband een zendvermogen leveren van maximaal 600 watt.
Het gebruik van deze zender is:

A. niet toegestaan
B. zonder beperkingen toegestaan
C. alleen toegestaan met een bijzondere vergunning
D. toegestaan als het zendvermogen wordt beperkt tot ten hoogste 400 watt
065

Juist is:

A. een F-vergunninghouder mag in de frequentieband 3,5-3,8 MHz zenden met een zendvermogen van 1000 watt
B. een N-vergunninghouder mag in de frequentieband 430-432 MHz zenden met een zendvermogen van 120 watt
C. een F-vergunninghouder mag in de frequentieband 144-146 MHz zenden met een zendvermogen van 400 watt 
D. een F-vergunninghouder mag in de frequentieband 50,0-50,45 MHz zenden met een zendvermogen van 400 watt
066

Een geregistreerd zendamateur:

a   moet op elk moment de zendfrequentie van de uitzendingen kunnen vaststellen
b   moet in staat zijn nauwkeurig te bepalen op welke frequentie de uitzendingen plaatsvinden
c   is er voor verantwoordelijk dat de grenzen door de uitzendingen op de hen toegewezen frequentiebanden niet worden overschreden
d   moet in staat zijn om te bepalen of de uitzendingen binnen de toegelaten frequentieband plaatsvinden
067

Een radiozendamateur met een registratie in de categorie F maakt zijn verbindingen in de 20-meterband .
Zijn zender kan een vermogen leveren van maximaal 600 Watt.
Het gebruik van deze zender is:

a   toegestaan mits het zendvermogen  wordt ingesteld op ten hoogste 400 Watt
b   zonder beperkingen toegestaan
c   niet toegestaan
d   alleen toegestaan als het zendvermogen wordt ingesteld op ten hoogste 120 Watt
068

In de gebruikersbepalingen wordt onder het radiostation verstaan, een of meer radiozendapparaten:

a   met de daartoe behorende antenne-inrichting, noodzakelijk voor het op een locatie uitvoeren van een radiocommunicatie-dienst
      in de zin van artikel 1.19 van het Radio-regelement.
b   waarvoor de frequentieruimte is gereserveerd
c   met de daartoe behorende ontvang- en antenne-inrichting
d   die op het vaste adres staan opgesteld
069

Op het vaste adres van de geregistreerde radiozendamateur staat het amateurstation zodanig opgesteld dat door het indrukken van de microfoonschakelaar de zender in bedrijf komt.
De radiozendamateur is niet aanwezig.
Wat is juist?

a   dit is toegestaan als het bewijs van registratie aanwezig is
b   dit is in strijd met de voorschriften en beperkingen    
c   dit is toegestaan
d   de radiozendamateur handelt correct als hij aan Z'n huisgenoten heeft verteld dat niemand aan het amateurstation mag komen.
070

De radioamateur wordt in het Internationale Radioreglement gedefinieerd als:
Bewering 1:
een persoon die radiotechniek toepast met geldelijk oogmerk en zonder persoonlijk gewin.
Bewering 2:
een bevoegd persoon die geïnteresseerd is in radiotechniek, uitsluitend met een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijke interesse.
Wat is juist?

a   bewering 1 en bewering 2
b   geen van beide beweringen
c   alleen bewering 1
d   alleen bewering 2
071

In de "gebruikersbepalingen” wordt onder het radiostation verstaan:

a   een samenstel van radio-ontvang- en -zendapparaten voor het onderhouden van amateurradioverbindingen
b   een of meer radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen
c   een inrichting waarmee met toestemming van Agentschap Telecom technische onderzoekingen wordt gedaan
d   een inrichting waarmee bevoegde personen die geïnteresseerd zijn in radiotechniek onderlinge radioverbindingen onderhouden
072

De radioamateur wordt in het Internationale Radioreglement gedefinieerd als:
Bewering 1:
een persoon die radiotechniek toepast met geldelijk oogmerk en zonder persoonlijk gewin.
Bewering 2:
een bevoegd persoon die geïnteresseerd is in radiotechniek, uitsluitend met een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijke interesse.
Wat is juist?

a   geen van beide beweringen
b   alleen bewering 1
c   bewering 1 en bewering 2
d   alleen bewering 2
073

Welke frequentiekarakteristiek behoort bij een VHF-voorversterker?

a   karakteristiek 4
b   karakteristiek 1
c   karakteristiek 2
d   karakteristiek 3
074

Bij draagbaar gebruik van een Nederlandse amateurzender in een ander CEPT-land moet aan de roepletters een / (breukstreep) worden toegevoegd gevolgd door:

a    PM
b    P
c    M
d   MM
075

Binnen het kader van de amateurdienst is de Nederlandse radiozendamateur bevoegd:

a   technische onderzoekingen te doen op frequentiebanden die daarvoor zijn aangewezen
b   uitzendingen te doen ten behoeve van de begeleiding van sportmanitfestaties
c   uitzendingen te doen ten behoeve van derden
d   technische onderzoekingen te doen met persoonlijk oogmerk en met geldelijke interesse
076

Een mobilofoonpost van de politie wordt gestoord door de uitzending van een amateurstation.
De betreffende amateur:

a   dient het gebruik van de inrichting onmiddellijk te staken zodra hij van de storing op de hoogte is gesteld
b   mag het gebruik van de inrichting voortzetten zolang de Radiocontroledienst geen onderzoek heeft ingesteld
c   dient het gebruik van de inrichting te staken nadat de Radiocontroledienst heeft vastgesteld dat het amateurstation niet aan de technische eisen voldoet
d   dient de hulp in te roepen van de Radiocontroledienst
077

In de aanduiding van uitzending 200HA1A wordt met 200H bedoeld:

a   de soort informatie
b   het type signaal
c   de modulatievorm
d   de bandbreedte
078

De toezichthoudende ambtenaar geeft schriftelijk aan de radioamateur te kennen het amateurstation aan een onderzoek te willen onderwerpen.
De radioamateur is:

a   niet verplicht hieraan medewerking te verlenen
b   verplicht hieraan medewerking te verlenen welke nodig is voor keuring van het station
c   alleen verplicht hieraan medewerking te verlenen aan keuring van het amateurstation als blijkt dat dit storing veroorzaakt
d   gerechtigd om geen gevolg te geven aan het verzoek van de toezichthoudende ambtenaar op het amateurstation te keuren
079

Een zendamateur zendt uit in de klasse van uitzending J3E.
Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap afgegeven gemiddeld vermogen van de amateurzender, gerekend over een periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van het modulerende signaal, bedraagt 100 W.
Volgend definitie is het zendvermogen dan:

a   100 W
b   25 W
c   400 W
d   200 W
080

De amateurzender is vast ingebouwd in de auto van een radioamateur.
De radiozendamateur is verpliucht hierbij aanwezig te hebben:

a   de beschikking waarbij de machtiging is verleend en het register
b   het registratiebewijs en het register
c   een aantekening van de radiozendamateur dat hem machtiging is verleend
d   het registratiebewijs
081

Het zendvermogen van een amateurzender is 100 Watt.
Het vermogen van een ongewenst hoogfrequent-uitstralingen in de frequentie-band
9  Khz – 40 Mhz mag per component niet meer bedragen dan:

a   100 microwatt
b   100 milliwatt
c   10 microwatt
d   -40 dB tov het zendvermogen
082

In welke frequentieband is het houden van radiowedstrijden toegestaan?

a   18.068 – 18.168 Mhz
b   24.89 – 24.99 Mhz
c   1.83 – 1.85 Mhz
d   10.1 – 10.15 Mhz
083

Op verzoek van de machtiginghouder kan de machtiging worden ingetrokken:

a   niet eerder dan tegen het einde van het lopende kalenderjaar
b   op de door hem aangegeven datum
c   niet eerder dan 1 jaar nadat de machtiging is verleent
d   ---
084

Niet in de machtigingsvoorwaarden vermeldde uitzendingen zijn:

a   nooit toegestaan
b   toegestaan indien de grenzen van de betreffende amateurband niet worden overschreden
c   toegestaan indien daarvoor uitzonderlijk toestemming is verkregen
d   ---
085

De machtiginghouder mag dmv een zendinrichting verbindingen maken met:

a   ieder ander amateurstation
b   een amateurstation van een land dat daartegen geen bezwaar heeft kenbaar gemaakt
c   niet amateur stations waarvoor een Nederlandse zendmachtiging is verleend
d   iedereen
086

Een zendamateur veroorzaakt door het gebruik van zijn zendinrichting storing in het radio verkeer van de burgerlijke overheid.
Wanneer moet hij zijn uitzendingen staken?

a   zodra hij van de storing op de hoogte is
b   na beëindiging van de verbinding met het tegenstation
c   nadat een onderzoek is ingesteld
d   niet
087

Voor iedere overtreding van enige machtigingsvoorwaarden kan een zendverbod worden opgelegd voor de duur van ten hoogste

a   1 maand
b   12 maanden
c   24 maanden
d   permanent
088

In Nederland geldt voor het deelnemen aan het amateur zendexamen;

a   geen leeftijdgrens
b   18 jaar
c   21 jaar
d   12 en 14 jaar
089

Wie een verklaring van bevoegdheid ter verkrijging van een D machtiging bezit, mag de zendinrichting van een F machtiging bedienen voor uitzendingen:

a   alleen in de frequentieband 144-146 Mhz
b   in alle amateurbanden boven de 144 Mhz
c   in de amateurbanden die uitsluitend voor telefonie bestemd zijn
d   op alle banden die voor een D amateur zijn toegestaan
090

Onder het zendvermogen van de zendinrichting wordt verstaan:

a   het hoogfrequent-vermogen toegevoegd aan de antenne;
b   het product van de voedingsspanning en de gemiddelde stroom toegevoerd aan dat deel
     van de eindtrap waarmee de antenne gekoppeld is
c   het door de antenne effectief uitgestraalde vermogen.
091

Bij gebruik op een ander adres dan in de machtiging is aangegeven dient aan de roepnaam te worden toegevoegd:

a   niets
b   /A
c   /AA
092

Amateurverkeer mag uitsluitend plaatsvinden in:

a   de Nederlandse en de Engelse taal
b   verstaanbare taal
c   de Nederlandse taal
093

De zendamateur dient de voor zijn machtiging verschuldigde kosten te voldoen:

a   na verloop van het jaar waarin de machtiging is verleend
b   bij vooruitbetaling
c   12 maanden na de dag waarop de machtiging is verleend
094

De   machtiging wordt verleent:

a   voor een periode van 1 jaar
b   voor een periode van 5 jaar
c   tot wederopzegging
095

Voor elk geval waarin de zendinrichting in strijd met de machtigingsvoorwaarden wordt gebruikt, is verantwoordelijk:

a   de directeur-generaal der PTT
b   de machtiginghouder
c   de minister van Verkeer en Waterstaat
096

Het medegebruik van de amateur zendinrichting van de machtiginghouder geschiedt onder verantwoordelijkheid van:

a   de  machtiginghouder
b   de PTT
c   de medegebruiker
097

De zendamateur dient de voor zijn machtiging verschuldigde bedrag te voldoen:

a   bij vooruitbetaling
b   na verloop van het jaar waarin de machtiging is verleend
c   12 maanden na de dag waarop de machtiging is verleend
098

De zendamateur moet:

a   steeds kunnen bepalen of zijn uitzendingen binnen de toegelaten frequentieband plaats vinden
b   in staat zijn nauwkeurig te bepalen op welke frequentie zijn uitzendingen plaats vinden
c   op elk moment de zendfrequentie van zijn uitzendingen kunnen bepalen
099

Een radiozendamateur mag zijn inrichting gebruiken:

a   voor  het  doen  van proeven
b   om onbelangrijke  berichten van derden over te brengen
c   om programma ' s van omroepstations te relayeren
100

De houder kan zijn machtiging laten intrekken:

a   per 31 dec van het lopende jaar
b   per de laatste van de lopende maand
c   op elk gewenst moment
101

Wie wordt bedoeld, als in de machtigingsvoorwaarde wordt gesproken over -de minister-?

a   minister van Binnenlandse Zaken
b   minister van Economische Zaken
d   mimister van Verkeer en Waterstaat
102

Bij gebruik van een zendinrichting door een ander dan de houder is voor dit gebruik verantwoordelijk:

a   de medegebruiker
b   de houder van de machtiging
c   de medegebruiker en de machtiginghouder samen
103

Voor de machtiging is de houder periodiek een vergoeding verschuldigd.
Deze vergoeding moet worden voldaan:

a   per kwartaal
b   per half jaar
c   per kalenderjaar
104

Een verklaring van bevoegdheid geeft het recht tot het bedienen van een amateur zender:

a   in Nederland
b   in Europa
c   waar ook ter wereld
105

De inrichting wordt gebruikt aan boord van een in de territoriale wateren varend schip.
Aan de roepnaam moet dan worden toegevoegd

a   /P
b   /M
c   /A
106

Een zendamateur wordt door de commandant ven een Nederlands militair vliegveld op de hoogte gesteld dat zijn zender storing veroorzaakt in de communicatie apparatuur ven het vliegveld.
De zendamateur dient:

a   het gebruik van de inrichting onmiddellijk te staken
b   de klacht door te geven aan de RCD zonder het gebruik van de inrichting te staken
c   de ontvangapparatuur op zijn kosten te laten ontstoren
107

De machtiginghouder mag dmv de zendinrichting verbindingen maken met:

a   ieder ander amateurstation
b   een amateurstation van een land dat daartegen geen bezwaar heeft kenbaar gemaakt
c   niet amateurstations waarvoor een Nederlandse zendmachtiging is verleend.
108

De amateur mag zendapparatuur in gebruiken:

a   na ontvangst van de machtiging
b   direct na zijn slagen voor het zendexamen
c   na ontvangst van de verklaring van bevoegdheid
109

Het gebruik van 16F3 is niet toegestaan:

a   op de amateur frequentieband 3.5-3.8 Mhz
b   op de amateur frequentieband 7 – 29.7 Mhz
c   op de amateur frequentieband 144 Mhz en hoger
110

De machtiginghouder moet bij A3J uitzendingen steeds in staat zijn te bepalen of:

a   de uitzendingen binnen de toegelaten frequentieband plaats vinden
b   de frequentiestabiliteit voldoende is
c   de draaggolf voldoende onderdrukt is
111

Een amateur, in het bezit van een mobiel toestemming, zendt gedurende een kort oponthoud, vanuit een stilstaand voertuig.
Dit is:

a   toegestaan met toevoeging /M aan de roepnaam
b   toegestaan met toevoeging /P aan de roepnaam
c   niet toegestaan
112

Een A-machtiginghouder (PA3TDR) maakt gebruik van de inrichting van een C-machtiginghouder (PE1VDB).
De roepnaam die bij de uitzendingen moet worden gebruikt is:

a   PA3TDR
b   PE1VDB
c   PA3TDR/a
113

Als een andere gelicenseerde zendamateur uw zender gebruikt met uw toestemming en daarbij van uw roepnaam gebruik maakt, wie is dan verantwoordelijk voor de uitzending

a   deze andere zendamateur
b   u
c   de zendamateur van het tegenstation
114

Een amateurstation mag in de 80-meter amateurband verbinding maken met:

a   alle amateurstation
b   alle stations die in deze amateurband werken
c   alle stations die aanroepen
115

De toevoeging /A achter de roepnaam betekent dat de zender wordt gebruikt:

a   op een varend schip
b   op een ander adres
c   in een stilstaande auto
116

Onder het zendvermogen van een FM zender wordt verstaan”:

a   het vermogen dat als gevolg van de constructie van de eindtrap niet kan worden overschreden
b   het produkt van de voedingsspanning en de gemiddelde stroom toegevoerd aan dat deel van de eindtrap waarmee de
     antenne is gekoppeld
c   het door de zender afgegeven HF vermogen
d   het door de antenne effectief uitgestraalde vermogen
117

De vereiste frequentiestabiliteit voor signalen beneden de 30 Mhz bedraagt:

a   150 Hz  per 10 minuten
b   300 Hz  per 10 minuten
c   1 Khz    per 10 minuten
d   1.5 Khz per 10 minuten
118

Wanneer dient de radiozendamateur gebruik te maken van de aanduiding /M?

a   bij gebruik van het amateurstation in een voertuig
b   bij maritiem gebruik van het amateurstation
c   bij gebruik van het amateurstation terwijl het wordt meegedragen
d   bij gebruik van van het amateurstation op een ander adres dan normaal
119

Een A machtiginghouder mag in de 80 meterband een radioverbinding maken met:

a   alle amateurstations ter wereld
b   alle stations die in deze amateurband werken
c   alle stations die aanroepen
d   amateurstations van landen die daartegen geen bezwaar hebben ingebracht
120

Het amateurstation PE1XYZ wordt tijdelijk vast opgesteld op de watertoren te Hovingdam.
De RCD is hiervan niet ter kennis gesteld.
De identificatie moet als volgt worden uitgezonden:

a   PE1XYZ/M op de watertoren van Hovingdam
b   PE1XYZ/A aan de watertoren 13 te Hovingdam
c   PE1XYZ aan de watertoren 13 te Hovingdam
d   PE1XYZ/P op de watertoren te Hovingdam
121

In de klasse van uitzending 16K0F3E wordt met het cijfer 3 bedoeld:

a   de soort informatie welke uitgezonden wordt
b   het type signaal dat de draaggolf moduleert
c   de modulatievorm van de draaggolf
d   de bandbreedte van het uitgezonden signaal
122

Een enkelzijband zender J3E die kan uitzenden in de 7 Mhz band mag een maximum bandbreedte hebben van:

a   3 Khz
b   3.6 Khz
c   6 Khz
d   7.2 Khz
123

Een amateurzender met een zendvermogen van 50 milliwatt werkt op 3.6 Mhz,.
Elke ongewenste component die wordt uitgestraalt beneden 30 Mhz dient tenminste onderdrukt te zijn met:

a   30 dB
b   40 dB
c   50 dB
d   60 dB
124

Het uitzenden van slowscantelevisie signalen is toegestaan op de frequentieband:

a   10 Mhz
b   18 Mhz
c   24 Mhz
d   28 Mhz
125

In regio 2 Amerika zijn de aan amateurs toegestane frequentiebanden oa 3.56-4 Mhz en 144-148 Mhz.
Een amateurstation met een Nederlandse A machtiging bevind zich Maritiem Mobiel in dit gebied.
Dit station mag gebruik maken van de frequentiebanden:

a   3.5-3.8 Mhz   144-146 Mhz
b   3.5-4 Mhz      144-146 Mhz
c   3.5-3.8 Mhz   144-148 Mhz
d   3.5-4 Mhz      144-148 Mhz
126

Met betrekking tot keuring van de zendinrichting geldt het volgende:

a   binnen een jaar na aanschaf dient de zendinrichting gekeurd te zijn door de RCD
b   voordat met een zendinrichting verbindingen mogen worden gemaakt dient de zendinrichting te zijn goedgekeurd door de RCD
c   uitsluitend voor een zelfgebouwde zendinrichting geldt dat deze moet zijn goedgekeurd door de RCD, alvorens hiermee verbindingen mogen worden gemaakt
d   alle zendinrichtingen worden geacht te zijn goedgekeurd
127

De machtiginghouder dient ongevraagd aan de RCD opgave te doen van:

a   het adres waar het amateurstation vast wordt opgesteld
b   alle aanwezige zendapparatuur
c   de schakelschema’s van de gebruikte zendapparatuur
d   de toegestane antenne
128

De zendinrichting zendt uit op 145 Mhz.
In 10 minuten mag de frequentie niet meer verlopen dan:

a   145 Khz
b   300 Khz
c   725 Khz
d   naar de stand der techniek redelijk te stellen eis
129

Onder het zendvermogen van een FM zender wordt verstaan:

a   het vermogen dat als gevolg van de constructie van de eindtrap niet kan worden overschreden
b   het produkt van de voedingsspanning en de gemiddelde stroom
c   het door de zender afgegeven hoogfrequent vermogen
d   het door de zender afgegeven laagfrequent vermogen
130

Een radiozendamateur heeft een 2 meter FM zender met een zendvermogen van 10 watt gebouwd.
Deze zender mag alleen worden gebruikt als:

a   de RCD hiervan in kennis gesteld
b   de zender aan de RCD is aangemeld met een verzoek deze te keuren
c   de zender voldoet aan de gestelde technische eisen
d   de zender doo9r de RCD is type goedgekeurd
131

Een amateurzender met een zendvermogen van 1 watt werkt op een frequentie  van 3.6 Mhz.
Elk ongewenst hoogfrequent signaal beneden de 40 Mhz mag maximaal zijn:

a   1 micro watt
b   10 micro watt
c   100 micro watt
d   1 milli watt
132

Een radiozendamateur doet propagatie onderzoek  met zijn zender in de Euromast en blijft hierbij zelf aanwezig.
Volgens de machtigingsvoorwaarden is dit:

a   toegestaan mits het registratiebewijs daarbij aanwezig is
b   niet toegestaan
c   uitluitend toegestaan als voor het onderzoek schriftelijk toestemming van de RCD is verkregen
d   toegestaan onder voorwaarde dat de RCD daarvan voorak in kennis is gesteld
133

De definitie van het “amateurstation” is:

a   een of meer zendinrichtingen met daarbij behorende antenne inrichtingen
b   een of meer zendinrichtingen met daarbij behorende onyvangers
c   de zendinrichtingen op het vaste aadres
d   een of meer zendinrichtingen met uitzondering van zendinrichtingen die niet op het vaste adres staan opgesteld
134

In de huiskamer, op het vaste adres van de machtiginghouder, staat het amateurstation zodanig opgeteld dat door het indrukken van de microfoonschakelaar de zender in bedrijf komt.
De machtiginghouder is niet aanwezig.
Wat is juist?

a   dit is toegestaan als de beschikking waarbij machtiging is verleend en het register aanwezig is
b   dit is toegestaan als de machtiginghoudernaan zijn huisgenoten heeft verteld dat  niemand aan het amateurstation mag zitten
c   de machtiginghouder handelt correct als hij aan zijn huisgenoten heeft verteld dat niemand aan het amateurstation mag zitten
d   dit is in strijd met de machtigingsvoorwaarden omdat onbevoegden in de gelegenheid worden gesteld om het amateurstation te
     gebruiken
135

Het toegestane zendvermogen in de frequentieband 1.825-1.850 Mhz bedraagt:

a   100 W
b   30 W
c   15 W
d   10 W
136

Volgens wettelijke bepalingen is een radiofrequentievermogenversterker (lineair) :

a   gelijkgesteld aan een zendinrichting
b   niet gelijkgesteld aan een zendinrichting
c   alleen gelijkgesteld met een zendinrichting als deze versterker voor amateur uitzendingen wordt gebruikt
d   alleen gelijkgesteld met een zendinrichting als deze versterker behoort tot het amateurstation
137

Voor het gebruik van het amateurstation in de frequntieband 144-146 Mhz, geldt dat:

a   alle klassen van uitzending, zowel tijdens het experiment als bij identificatie, zijn toegestaan
b   alleen klassen van uitzending zijn toegestaan welke gebruikelijk zijn in de amateurdienst
c   alleen de klassen van uitzending zijn toegestaan welke voor identificatie van het amateurstation zijn voorgeschreven
d   alle klassen van uitzending zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de indentificatie procedure