001

Laagfrequentdetectie wordt veroorzaakt door

a   onvoldoende harmonischen-onderdrukking van de zender
b   niet-lineaire effecten van halfgeleiders
c   niet-lineaire zendereindtrappen
002

Welke maatregel kan worden genomen tegen het optreden van storing als gevolg van een aanwezig stoorveld?

a   het toepassen van een kunsstof kast
b   het toepassen van een gesloten metalen kast
c   het stabiliseren van de voedingsspanning
003

Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker van een TV-ontvanger, zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is ingesteld
De juiste conclusie is

a   de storing zal verdwijnen als in de zender enkelzijbandmodulatie wordt toegepast
b   de buitenmantel van de TV-antennekabel is onderbroken
c   in de laagfrequentversterker van de TV-ontvanger treden detectieverschijnselen op
d   de TV-antenne heeft te weinig richteffect
004

Wanneer in een geluidsinstallatie laagfrequentdetectie optreedt als gevolg van een nabije EZB-zender, die gemoduleerd wordt met spraak, klinkt dat als

a   aan-/ uitgeschakelde brom
b   vervormde spraak
c   een fluittoon
d   duidelijk verstaanbare spraak
005

Een omroepontvanger wordt over het hele afstembereik gestoord door een amateurstation
De meest waarschijnlijke oorzaak is:

a   laagfrequentdetectie in de ontvanger
b   slechte spiegelonderdrukking in de ontvanger
c   splatter van de zender
006

Bij onderzoek naar aanleiding van een klacht blijkt dat uw amateurzender storing veroorzaakt in een mobiliofoonkanaal van de politie
De minister van EZ is in dit geval bevoegd
1   het amateurapparaat in beslag te nemen op uw kosten te vernietigen
2   een geheel of gedeeltelijk zendverbvod op te leggen

Juist is
a   alleen 1
b   alleen 2
c   1 en 2
d   geen van beiden
007

Uit de luidsprekers van een geluidsinstallatie wordt het signaal van een 144Mhz amateurzender hoorbaar
Er is al een netfilter aangebracht en er zijn smoorspoelen in de luidsprekerleidingen geplaatst
De storing blijft ook aanwezig als alle signaaltoevoerdraden zijn losgenomen
De oorzaak van de storing is waarschijnlijk het gevolg van

a   directe instraling
b   onjuist gebruik van ringkerntransformatoren
c   extreme propagatie-omstandigheden
d   te sterke harmonischen van de zender
008

Een zender neemt een aanzienlijke grotere bandbreedte in beslag dan normaal, veroorzaakt door =splatter=
Dit komt door

a   onvoldoende onderdrukking van harmonischen
b   brom op de draaggolf
c   overmodulatie
d   te lage plaatsing van de antenne
010

Laagfrequentdetectie komt door

a   onvoldoende frequentiestabiliteit
b   onvoldoende harmonischen-onderdrukking van de zender
c   niet-liniaire effecten van halfgeleiders
d   niet-liniaire zendereigenschappen
011

Het optreden van chirp kan worden voorkomen door

a   de antenne zwaarder met de zender te koppelen
b   een hoogdoorlaatfilter toe te passen
c   de voedingsspanning van de oscillator te stabiliseren
d   een laagdoorlaatfilter toe te passen
012

Een radiozendamateur plaatst zijn antenne op  een dak waarop reeds mobilifoonantennes staan
De mobilifoons werken op 150.5 en 155.5 Mhz
Als de amateur op 145.5 Mhz zendt, blijkt zo nu en dan zijn signaal op 155.5 hz hoorbaar te worden
De waarschijnlijke oorzaak is

a   intermodulatie
b   laagfrequentdetectie
c   blokkering
d   overmodulatie
013

Laagfrequentdetectie wordt veroorzaakt door

a   onvoldoende frequentiestabiliteit
b   Niet -liniaire zendereigenscgappen
c   onvoldoende hatmonischen-onderdrukking
d   niet-liniaire effeften van halfgeleiders
014

Op grote afstand van een 21mhz zender worden rasterstoringen ondervonden in de televisie-ontvangst op kanaal 4 [63 Mhz]
De storingen kunnen worden opgeheven door

a   de harmonischen-uitstraling van de zender te verminderen
b   de afscherming van de antennekabel van de televisie te verminderen
c   frequentiemodulatie in de zender toe te passen
d   bij de tv-ontvanger afgestemde antenneversterkers toe te passen
015

Een amateurzender werkend in de 21 Mhz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68 Mhz
De storing kan worden verminderd door

a   een hoogdoorlaatfilter achter de zender te plaatsen
b   de sturing van de eindtrap te verkleinen
c   de afvlakking van de voeding te verbeteren
d   de frequentiestabiliteit te vergroten
016

Een breedband-antenneversterker is aangesloten tussen een TV-antenne en een TV-ontvanger
Bij het inschakelen van een HF-amateurzender worden alle TV-kanalen gestoord
Deze storing is in het algemeen op te heffen door

a   een banddoorlaatfilter achter de vesterker te plaatsen
b   een antennemast waaraan de versteker is bevestigd te aarden
c   een laagdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen
d   een hoogdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen
017

Door een 15-meter zender wordt een ongewenst signaal van 63 Mhz uitgestraald,
waardoor de televisie-ontvangst op deze frequentie wordt gestoord
De storing kan worden voorkomen door

a   een sperfilter voor 63 Mhz op te nemen in de antenneleiding van de TV-ontvanger
b   de eindtrap van de zender in symmetrische schakeling uit te voeren
c   tussen de zender en de voedingslijn naar de antenne een laagdoorlaatfilter op te nemen
d   de staandegolfverhouding te verbeteren
018

Een radiozendamateur werkt met zijn 70cm FM-tranciever op de camping
Zijn buurman gebruikt een draagbare TV, ingesteld op ca 480 Mhz
Hij merkt dat het beeld donker wordt als de amateur zendt
Dit kan het gevolg zijn van

a   verkeerde antenne aanpassing van de amateurzender
b   harmonischen van de amateurzender
c   te grote frequentiezwaai van de amateurzender
d   blokkering van de mengtrap in de TV
019

Een omroepontvanger wordt over het hele afstemgebied gestoord door een amateurstation
De meest waarschijnlijke oorzaak is

a   harmonischen van de zender
b   laagfrequentdetectie  in de ontvanger
c   splatter van de zender
d   slechte spiegelonderdruking van de zender
009

Een radiozendamateur werkt met CW op 28.01 Mhz
Zijn buurman luistert op 27 Mhz en merkt dat de ontvangst van zwakke signalen onderbroken wordt in het seintempo van de amateur
De waarschijnlijke oorzaak is

a   verkeerd aangepaste ontvangstantenne
b   harmonischen van de amateurzender
c   intermodulatie
d   blokkering van de 27 Mhz ontvanger door het 28 Mhz signaal
020

Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker van een TV-ontvanger, zelfs als de volumeregeling hiervan op minimum is ingesteld
De juiste conclusie is

a   de Tv-antenne heeft te weinig richteffect
b   de storing zal verdwijnen als in de zender enkelzijbandmodulatie wordt toegepast
c   de buitenmantel van de Tv-antennekabel is onderbroken
d   in de laagfrequentversterker van de Tv-ontvanger treden detectieverschijnselen op
>>>>> H09
9  Storing en immuniteit
021

CHIRP (Tjoep) kan optreden als:

a   de seinsleutel van de zender niet goed is afgesteld
b   de seinsleutel te veel varieert
c   de antenne te licht gekoppeld is met de eindtrap
d   de voedingspanning van de oscillator onvoldoende stabiel is
022

Als een radioamateur zijn yagi-antenne in een bepaalde richting zet en gaat zenden, blijkt bij de buren de Cd-speler gestoord te worden.
De CD-speler heeft een CE-keurmerk
De storing is waarschijnlijk het gevolg van:

a   harmonischen van de zender
b   frequentie-instabiliteit van de zender
c   de hoge veldsterkte van het zendsignaal in de CD-speler
d   het gebruik van afgeschermde kabel
023

Twee dicht bij elkaar wonende amateurs zenden gelijktijdig uit, de een op 144.5Mhz
en de ander op 145.5 Mhz.
Door intermodulatie kunnen ook signalen ontstaan op:

a   143.5Mhz en 146.5Mhz
b   144.5Mhz en 145   Mhz
c   145.5Mhz en 146   Mhz
d   144   Mhz en 146   Mhz
024

Als een niet-liniaire zenderversterker gebruikt wordt voor EZB-telefonie dan:

a   wordt de zijband omgekeerd
b   wordt de verstaanbaarheid verbeterd
c   wordt de bandbreedte kleiner
d   ontstaat er vervorming
025

Een radiozendamateur plaatst zijn antenne op een dak waar reeds mobilifoonantennes staan.
De mobilifoons werken op 150.5 en 155.5 Mhz.
Als de amateur op 145.5 zendt, blijkt zo nu en dan zijn signaal op 155.5 Mhz hoorbaar te worden.
De waarschijnlijke oorzaak is:

a   intermodulatie
b   laagfrequentdetectie
c   blokkering
d   overmodulatie
026

Laagfrequentdetectie wordt veroorzaakt door:

a   onvoldoende frequentiestabiliteit
b   niet-liniaire zendereindtrappen
c   onvoldoende harmonischen-onderdrukking van de zender
d   niet-liniaire effecten van halfgeleiders

027

Een amateurzender werkend in de 21 Mhz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68 Mhz.
De storing kan worden verminderd door:

a   een hoogdoorlaatfilter achter de zender te plaatsen
b   de uitsturing van de eindtrap te verkleinen
c   de afvlakking van de voeding te verbeteren
d   de frequentiestabiliteit te vergroten
028

Een zender voor 144 Mhz heeft in het uitgangssignaal een sterk component op 72 Mhz.
Dit is waarschijnlijk het gevolg van:

a   onjuist oscilleren van de kristaloscillator
b   een onjuiste keuze van de kristalfrequentie
c   onjuiste belasting van de eindversterker
d   een onvoldoende filtering van het signaal voordat het aan de eindversterker wordt aangeboden
029

Een maatregel om het optreden van chirp te voorkomen is:

a   een ontstoorcondensator over de seinsleutel schakelen
b   de zendereindtrap in klasse B instellen
c   de oscillator van de zender meesleutelen
d   de oscillator van de zender continu laten oscilleren
030

Twee radiozendamateurs, die dicht bijelkaar wonen, hebben onderling een duplexverbinding in FM op 70 cm.
De ene amateur zendt op 431.5 Mhz en de ander op 438.5 Mhz.
In dezelfde straat worden op een portofoon beide amateurstations hoorbaar op 424.5 Mhz.
Er is hier waarschijnlijk sprake van storing door:

a   overmodulatie
b   intermodulatie
c   harmonischen
d   laagfrequentdetectie
031

De 40-meter amateurband grenst aan een omroepband.
Als s avonds een aantal omroepzenders door elkaar hoorbaar wordt op een in de amateurband afgestemde ontvanger is dit waarschijnlijhk te wijten aan:

a   harmonischen
b   intermodulatie
c   overmodulatie
d   bijzondere propagatiecondities
032

Een amateur straalt minder harmonischen uit indien:

a   de eindtrap in klasse A wordt ingesteld ipv in klasse C
b   een kristaloscillator  wordtgebruikt ipv een LC-oscillator
c   de eindtrap in klasse C wordt ingesteld ipv klasse A
d   de voedingsspanning van de oscillator beter wordt gestabiliseerd
033

Een TV-toestel ondervindt op de meeste kanalen storing van een amateurzender werkend op de 50 Mhz band.
de meest waarschijnlijke oorzaak is:

a   de ingangstrap van de TV wordt overbelast
b   de zender straalt harmonischen uit
c   bij de TV ontbreekt een laagdoorlaatfilter
d   de zender is slecht geaard
034

Als gevolg van niet-lineariteit in een zendereindtrap ontstaat:

a. extra warmteontwikkeling
b. frequentie-instabiliteit
c. intermodulatie
d. frequentiemodulatie
035

Storingen welke veroorzaakt worden door sleutelklikken van een telegrafiezender (A1A) kunnen worden voorkomen door:

a. het in- en uitschakelen van het hf-signaal geleidelijk te laten geschieden
b. afscherming van de eindtrap van de zender
c. de eindtrap in klasse A in te stellen
d. verhoging van de stuurspanning van de eindtrap
036

ln een elektronisch orgel treedt laagfrequentdetectie op.
Deze is het duidelijkst waarneembaar bij:

a. fasemodulatie
b. enkelzijbandmodulatie
c. bij alle modulatie soorten
d. frequentiemodulatie
037

U kunt vaststellen dat het door uw zender uitgezonden morsesignaal chirpt door:

a. te letten op variaties in uw uitgangsvermogen
b. te luisteren naar uw eigen signaal
c. te letten op de staandegolfverhouding
d. de omhullende van uw eigen signaal op een oscilloscoop te bekijken
038

Twee radiozendamateurs, die dicht bij elkaar wonen, hebben onderling een duplexverbinding in FM op 70 cm.
De ene amateur zendt op 431,5 MHz en de andere op 438,5 MHz.
In dezelfde straat worden op een portofoon beide amateurstations hoorbaar op424,5 MHz.
Er is hier waarschijnlijk sprake van storing door:

a. laagfrequentdetectie
b. harmonischen
c. overmodulatie
d. intermodulatie
039

U kunt vaststellen dat het door uw uitgezonden morsesignaal chirpt door:

a   te letten op de staandegolfverhouding
b   de omhullende van uw eigen signaal te bekijken op een oscilloscoop
c   te letten op variaties in uw uitgangsvermogen
d   te luisteren naar uw eigen signaal
040

Deze LC-kring, parallel aan de ingang van de ontvanger, dient om:

a   de versterking van de ontvanger te vergroten
b   de bandbreedte van de ontvanger te verkleinen
c   een storend signaal uit te filteren
d   de bandbreedte van de ontvanger te vergroten
041

Een EZB-zender heeft een zijbandfilter met een bandbreedte van 2500 Hz.
De draaggolf is goed onderdrukt.
Als de zender met spraak wordt gemoduleerd blijkt de bandbreedte van de uitzending aanzienlijk groter te zijjn dan 2500 Hz.
Door welke oorzaak kan dit verschijnsel ontstaan?

a   de staandegolfverhouding in de voedingskabel naar de antenne is te groot
b   de frequentiekarakteristiek van de laagfrequent modulatieversterker loopt iets te ver door
c   de frequentie van de draaggolf ligt te ver naast de doorlaatband van het zijbandfilter
d   een versterkertrap na het zijbandfilter wordt overstuurd
042

Om uitstraling van harmonischen door een zender te beperken wordt in de zenderuitgang een filter opgenomen.
Dit moet zijn een:

a   staandegolffilter
b   laagdoorlaatfilter
c   hoogdoorlaatfilter
d   seinsleutel klikfilter
043

De meest effectieve schakeling om LF-inpraten te voorkomen is:

a   schakeling 1
b   schakeling 3
c   schakeling 4
d   schakeling 2
044

Een amateurzender straalt minder harmonischen uit indien:

a. de eindtrap in klasse A wordt ingesteld in plaats van in klasse C
b. een kristaloscillator wordt gebruikt in plaats van een LC-oscillator
c. de voedingsspanning van de oscillator beter wordt gestabiliseerd
d. de eindtrap in klasse C wordt ingesteld in plaats van in klasse A
045

Een ontvanger is afgestemd op een zwak AM-signaal dat gemoduleerd is met een toon van 1000 Hz.
Ongeveer 10 kHz hoger is een zeer sterk AM-signaal aanwezig dat gemoduleerd is met 1500 Hz.
Er treedt kruismodulatie op.
U hoort nu in de hoofdtelefoon:

a   1500 Hz
b   2500 Hz
c   1000 Hz
d. 1000 en 1500 Hz
046

Aan de ingang van een ontvanger zijn sterke signalen aanwezig op 145.5 Mhz en op 144.8 Mhz.
Welke intermodulatie-produkten kunnen ontstaan?

a   144.1 Mhz146.2 Mhz
b   145.5 Mhz146.2 Mhz
c   144.1 Mhz144.8 Mhz
d   144 Mhz146 Mhz
047

Een enkelzijbandzender wordt met twee even sterke sinusvormige audiosignalen van repectievelijk 800 Hz en 1000 Hz uitgestuurd.
Het uitgangssignaal wordt zichtbaar gemaakt op een oscilloscoop.
Dit beeld geeft aan dat een van de zendereindtrappen:

a   veel harmonischen produceert
b   te weinig uitestuurd wordt
c   niet lineair is
d   overstuurd wordt
048

Laagfrequentdetectie geeft de minst opvallende storing bij de volgende soort uitzending:

a   frequentiemodulatie
b   enkelzijbandmodulatie
c   morsetelegrafie
d   amplitidemodulatie
049

Een maatregel om het optreden van CHIRP te voorkomen is:

a   de zendereindtrap in klasse B instellen
b   de oscillator van de zender continu te laten oscilleren
c   de oscillator van de zender meesleutelen
d   een ontstoorcondensator over de seinsleutel te schakelen
050

Om uitstraling van harmonischen door een zender te beperken wordt in de zenderuitgang een filter opgenomen.
Dit moet zijn een:

a   staandegolffilter
b   seinsleutel klikfilter
c   hoogdoorlaatfilter
d   laagdoorlaatfilter
051

Dit is het blokschema van een FM-relaisstation.
Het filter aan de zenderuitgang voorkomt:

a   blokkering door de draaggolf op 145,6 MHz
b   ontvangststoring door faseruis van de zender
c   een te grote frequentiezwaai
d   het uitzenden van harmonischen
052

Een amateur stuurt zijn SSB-zender niet te ver uit, maar toch veroorzaakt hij een splatterstoring.
Dit kan worden veroorzaakt door:

a   onvoldoende onderdrukking van harmonischen
b   te hoog zendvermogen
c   paracitair oscilleren van de eindtrap
d   verkeerde zijbandkeuse (USB/LSB)
053

De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

a   EZB
b   AM
c   CW
d   FM
054

Aan de ingang van een ontvanger zijn sterke signalen aanwezig op 145,5 MHz en op 144,8 MHz.
Welke intermodulatie-producten kunnen ontstaan?

a. 144    MHz en 146    MHz
b. 145,5 MHz en 146,2 MHz
c. 144,1 MHz en 144,8 MHz
d. 144,1 MHz en 146,2 MHz
055

Een enkelzijbandzender heeft een zijbandfilter met een bandbreedte van 2500 Hz.
De draaggolf is goed onderdrukt.
Als de zender met spraak wordt gemoduleerd blijkt de bandbreedte van de uitzending aanzienlijk groter te zijn dan 2500 Hz.
Door welke oorzaak kan dit verschijnsel ontstaan?

a. de staandegolfverhouding in de voedingskabel naar de antenne is te groot
b. de frequentiekarakteristiek van de laagfrequent modulatieversterker loopt te ver door
c. de frequentie van de draaggolf ligt te ver naast de doorlaatband van het zijbandfilter
d. een versterkertrap na het zijbandfilter wordt overstuurd
056

Als een lokaal 2-meter FM-amateurstation uitzendt merken amateurs in de omgeving dat de ontvangst van zwakke signalen, op 100 - 500 kHz naast de frequentie van het lokale station, verslechtert.
Het signaal van het lokale station is niet zo sterk, dat de gestoorde ontvangers worden overstuurd.
Dit duidt erop dat de zender van het lokale station waarschijnlijk:

a. een te grote frequentiezwaai heeft
b. veel faseruis produceert
c. veel harmonischen produceert
d. intermodulatieproducten uitzendt
057

lndien een FM-zender een te grote frequentiezwaai vertoont ,kan dit worden verholpen door :

a   de voedingsspanning van de zender te verlagen
b   de frequentie van de modulatie te verlagen
c   de amplitude van de modulerende spanning te verkleinen
d   de voedingsspanning van de zender te stabiliseren
058

Een breedband-antenneversterker is aangesloten tussen een TV-antenne en een TV-ontvanger.
Bij het inschakelen van een hf-amateurzender worden alle TV-kanalen gestoord.
Deze storing is in het algemeen op te heffen door:

a   de antennemast waaraan de versterker is bevestigd te aarden
b   een laagdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen
c   een hoogdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen
d   een banddoorlaatfilter achter de versterker te plaatsen
059

Als een lokaal 2-meter FM-amateurstation uitzendt merken amateurs in de omgeving dat de ontvangst van zwakke signalen, op 100-500 Khz naast de frequentie van het lokale station, verslechterd.
Het signaal van het lokale station is niet zo sterk, dat de gestoorde ontvangers worden overstuurd.

Dit duidt erop dat de zender van het lokale station waarschijnlijk:
a   veel harmonischen produceert
b   een te grote frequentiezwaai heeft
c   intermodulatieprodukten uitzendt
d   veel faseruis produceert