001

Van een fase-regellus is het met een + aangegeven onderdeel:

a   de fase-vergelijker
b   de referentie oscillator
c   de spanninggeregelde oscillator
d   het laagdoorlaatfilter
002

De regellus is in stabiele toestand (gelocked).
Welke bewering is juist?

a   de frequentie op punt A is lager dan op punt B
b   de frequentie op punt A is hoger dan op punt B
c   de frequenties op de punten A en B zijn gelijk
d   de spanning op de punten A en B zijn altijd in fase
003

Van een fase-regellus is het met een + aangegeven onderdeel:

a   de fasevergelijker
b   de programmeerbare deler
c   de spanning geregelde oscillator
d   de referentie-oscillator
004

De PLL wekt een in stappen van 12,5 KHz instelbare gemiddelde frequentie op.
Het uitgangssignaal Uuit., wordt in frequentie gemoduleerd door een audiosignaal.
Het juiste aansluitpunt voor het audiosignaal is:

a   punt 3
b   punt 4
c   punt 1
d   punt 2
005

Het uitgangssignaal kan worden ingesteld nop kanalen in een 25 Khz raster.
De frequentie van de referentie oscillator is:

a   145.975 Mhz
b   145 Mhz
c   25 Khz
d   145.025 Mhz
006

De regellus met fase-vergelijking-schakeling bevindt zich in vergrendelde toestand.[gelocked].
Op punt P staat:

a   een gelijkspanning met langzame variaties
b   een wisselspanning van 30Mhz
c   een constante gelijkspanning
d   een wisselspanning van 1Mhz