001

De transistor staat in:
a   GES
b   GCS
c   GDS
d   GBS
002

De waarde van de weerstand Rc is
a   0.5 Kohm
b   2.5 Kohm
c   2 Kohm
d   3 Kohm
003

Kenmerkend voor een GBS is

a   een lage ingangsimpedantie en een lage uitgangsimpedantie
b   een hoge ingangsimpedantie en een hoge uitgangsimpedantie
c   een lage ingangsimpedantie en een hoge uitgangsimpedantie
d   een hoge ingangsimpedantie en een  lage uitgangsimpedantie
004

Van de transistor is de hfe =100
De spanningsversterking van deze schakeling is ongeveer

a   50
b   5
c   1
d   100
005
Q1  Q2 en  Q3 zijn

a  NPN transistoren
b  P-kanaal veldeffect transistoren
c  N-kanaal veldeffect transistoren
e  PNP transistoren
>>>>>                H02_06_GES,_GBS,_GCS
006

Dit type schakeling heeft een:

a   spanningsversterking vrijwel gelijk aan 1
b   uitgangsweerstand gelijk aan R
c   stroomversterking veel kleinder dan 1
d   spanningsversterking veel groter dan 1
007

Van de transistor is de hfe = 100.
De spanningsversterking van deze schakeling is ongeveer:

a    50
b     5
c      1
d   100
008

Voor de transitor geldt: Ube = -0.5 V
De zenerspanning is 2 V
De spanning U is:

a   -2.5 V
b   0 V
c   -1.5 V
d   -6 V
009

ln deze schakeling wordt in plaats van een transistor met een stroomversterkingsfactor hfe= 100 een transistor toegepast met een hfe= 50.
Wat is het gevolg?

a   de spanningsversterking wordt veel groter
b   de schakeling zal niet meer werken
c   de spanningsversterking wordt veel kleiner
d   de spanningsversterking blijft ongeveer gelijk
010

De transistor staat geschakeld in:

a.gemeenschappelijke basis-schakeling (GBS)
b.een combinatie van GBS en GES
c.gemeenschappelijke collectorschakeling (GCS)
d.gemeenschappelijke emitterschakeling (GES)