001

Een batterij is opgebouwd uit oplaadbare cellen van 1.2 V en een capaciteit van 0.5 Ah
Een draagbare zendontvanger neemt bij 7.2 V gemiddeld 0.7 A op

Het aantal cellen dat nodig is om deze zendontvanger gedurende 1 uur kunnen gebruiken bedraagd
a     2
b   12
c     6
d   14
002

De ontvangst van 2-metersignalen in een betonnen gebouw is slechter dan daarbuiten, omdat

a   het beton radiogolven niet doorlaat
b   het betonijzer een min of meer gesloten ruimte vormt
c   het betonijzer geaard is
d   beton een slechte geleider is
003

Tijdens het moduleren van een FM-telefoniezender met een toon van constante amplitude varieert

a   de frequentiezwaai van het uitgezonden signaal
b   de frequentie en de amplitude van het uitgezonden signaal
c   de amplitude van het uitgezonden signaal
d   de frequentie van het uitgezonden signaal
004

Deze vermogensversterker is geschikt voor
a   morsetelegrafie [draaggolf aan/uit]
b   enkelzijbandmodulatie zonder draaggolf
c   dubbelzijbandmodulatie zonder draaggolf
d   amplitudemodulatie [0 - 100% modulatie]
005

Een oscilloscoop. aangesloten op de antenne-aansluiting van een zender welke gemoduleerd is met spraak, vertoont dit beeld
Dit is
a   een FM-zender
b   een EZB-zender met onderdrukte draaggolf
c   een AM-zender
d   een EZB-zender met volle draaggolf
006

De gelijkspanningcomponent van dit signaal is?

a   3 V
b   6 V
c   2 V
d   4 V
007

Een amplitudegemoduleerde zender wordt met een laagfrequenttoon 100% gemoduleerd.
De Peak Envelope Power [PEP] is 200 Watt

Het draaggolfvermogen is dan:

a   200 W
b     50 W
c   100 W
d     25 W
008

Sleutelklikken kunnen worden verminderd door tussen de seinsleutel en de zender op te nemen

a   schakeling 3
b   schakeling 1
c   schakeling 2
d   schakeling 4
009

Een voordeel van amplitudemodulatie ten opzichte van enkelzijbandmodulatie is

a   minder vervorming door frequentie-afwijkingen
b   minder vervorming door draaggolf-interferentie
c   minder vervorming door selectieve fading

010

Een voordeel van enkelzijbandmodulatie vergeleken met frequentiemodulatie is

a   er is ruimte voor meer zenders per 100 Khz spectrum
b   de eindtrap van de zender kan in klasse C worden ingesteld
c   atmosferische storingen zijn minder hinderlijk
011

Een FM-zender geeft een draaggolfvermogen af van 10 Watt en is belast met een gloeilamp van 15 Watt
De zender wordt met spraak gemoduleerd
Deze lamp zal

a   constant gloeien
b   in het spraakritme feller gloeien
c   alleen tijdens het spreken gloeien
012

De modulatiemethode voor spraak met de kleinste bandbreedte is

a   frequentiemodulatie
b   enkelzijbandmodulatie
c   dubbelzijbandmodulatie
013

De zwevings-oscillator [BFO] van een superheterodyne-ontvanger is nodig bij de ontvangst van

a   FM[F3E]
b   AM[A3E]
c   CW[A1A]
014

In de UHF-band ligt de frequentie

a   136 KHz
b   144 Mhz
c   432 Mhz
015

Een symmetrisch blokvormig signaal, met een grondfrequentie van 1000 Hz, bevat onder meer de volgende harmonischen:

a   3000 Hz , 5000 Hz en 7000 Hz
b   2000 Hz , 3000 Hz en 4000 Hz
c    500 Hz ,  1000 Hz en 2000 Hz
d    100 Hz ,    300 Hz en   900Hz
016

Het zendvermogen van een 2-meter FM-telefoniezender is:

a   afhankelijk van de amplidude en de frequentie van het modulerend signaal
b   afhankelijk van de amplitude van het modulerend signaal
c   onafhankelijk van de amplitude van het modulerend signaal
d   afhankelijk van de frequentie van het modulerend signaal
017

Een batterij is opgebouwd uit oplaadbare cellen van 1.2 V en een capaciteit van 0.5 Ah
Een draagbare zendontvanger neemt bij 7.2 V gemiddeld 0.7 A op
Hoeveel cellen hebben we nodig om deze zendontvanger minimaal 1 uur te kunnen gebruiken?

a   12
b   6
c   2
d   14
018

Een bitstroom wordt in 4-PSK gemoduleerd
Als de bitsnelheid 4800 bits,s is, is de symboolsnelheid

a   1200 baud
b   2400 baud
c   9600 baud
d   4800 baud
019

Sleutelklikken kunnen worden verminderd door tussen de seinsleutel en de zender op te nemen

a   schakeling 1
b   schakeling 3
c   schakeling 2
d   schakeling 4
020

De amplitude van de wisselspanning is

a   T/2
b   T
c   U1
d   U2
021

Een zender werkt met een klasse van uitzending F3E [FM]
Het gemiddelde vermogen dat door de eindtrap aan de antenne-inrichting wordt afgegeven bedraagt 8 Watt
Volgens de gebruikersbepalingen is het zendvermogen

a   4 Watt
b   16 Watt
c   1 Watt
d   8 Watt
022

Bij de modulatiewijze QAM, waarbij 16 toestanden worden onderscheiden, is het aantal bits per symbool

a   16
b   4
c   2
d   8
023

Een bitstroom wordt in FSK gemoduleerd met een shift van 170 Hz en een symboolsnelheid van 50 baud
De benodigde bandbreedte van het uitgezonden signaal is in de praktijk

a      50 Hz
b   8500 Hz
c     250 Hz
d     170 Hz
024

Een bitstroom wordt in 16-QAM gemoduleerd
Als de bitsnelheid 9600 bits/s is, is de symboolsnelheid

a   38400 baud
b   600 baud
c   2400 baud
d   9600 baud
025

De zenerdiode in de schakeling heeft de onderstaande karakteristiek
De spanning U over de zenerdiode is weergegeven in

a   grafiek 2
b   grafiek 1
c   grafiek 3
d   grafiek 4
026

Een van de voordelen van een FM-zender is

a   dat alle hf-versterkertrappen in klasse B of C kunnen worden ingesteld
b   dat de draaggolf onderdrukt is, waardoor meer vermogen voor de zijbanden
c   dat de bandbreedte klein is
d   dat een grote frequentiestabiliteit van de zendfrequentie wordt verkregen
027

De polarisatierichting van een radiogolf

a   wordt in eerste instantie bepaald door de ontvangantenne
b   is altijd evenwijdig aan de aarde
c   is altijd loodrecht op de aarde
d   wordt in eerste instantie bepaald door de zendantenne
028

Een nadeel van enkelzijbandmodulatie ten omzichte van amplitudemodulatie is:

a   meer vervorming door onjuiste afstemming
b   plaats voor minder zenders in de banden
c   meer vervorming door selectieve fading
d   meer vervorming door draaggolf interferentie
029

Een analoog signaal wordt aangeboden aan een ADC.
De nauwkeurigheid van de conversie kan worden vergroot door:

a. minder bits per sample te gebruiken
b. de bemonsteringsfrequentie te verlagen
c. het ingangssignaal van de ADC te verzwakken
d. meer bits per sample te gebruiken
030

Een ideale enkelzijbandzender wordt met één sinusvormige toon van 1000 Hz uitgestuurd.
Het uitgangssignaal wordt op een oscilloscoop zichtbaar gemaakt.
Het juiste beeld is:

a. beeld  2
b. beeld  1
c. beeld  4
d. beeld  3
1  Elektriciteitsleer, elektromagnetisme en radio theorie
031

Om uitstraling van harmonischen door een zender te beperken wordt in de zenderuitgang een filter opgenomen
Dit moet zijn

a   hoogdoorlaatfilter
b   staandegolffilter
c   laagdoorlaatfilter
d   seinsleutel klikfilter
032

Voor elk van de (ideaal veronderstelde) condensatoren is de maximale toelaatbare spanning 80V.
Wat is de hoogste waarde van de gelijkspanning die op deze schakeling mag worden aangesloten?

a   160V
b   40V
c   120V
d   80V
033

Een zendereindtrap, ingesteld in klasse B, wordt maximaal uitgestuurd door een 100%
in amplitude gemoduleerde draaggolf.
Het uitgangsvermogen van de draaggolf is 100 watt.
Als deze eindtrap maximaal wordt uitgestuurd door een enkelzijbandsignaal, bedraagt het uitgangsvermogen (PEP):

a   50 W
b   100 W
c   400 W
d   200 W
034

Een bitstroom wordt in 16-QAM gemoduleerd.
Als de bitsnelheid 9600 bits/s is, is de symboolsnelheid:

a   38400 baud
b   600 baud
c   2400 baud
d   9600 baud
035

De polaristie van een radiogolf:

a   staat in eerste instantie loodrecht op het stralende element van de zendantenne
b   is afhankelijk van de antenneversterking
c   is in eerste instantie evenwijdig aan het stralende element van de zendantenne
d   is afhankelijk van de hoogte van de zendantenne
036

.Een modulatievorm voor digitale signalen is:

a   DAC
b   2-PSK
c   ADC
d   PEP
037

Een geheugen voor binaire getallen bestaat uit:

a. flipflops
b. delers
c. exclusieve OF-poorten
d  optellers
038

Een draaggolf is 100% in amplitude gemoduleerd met één laagfrequent sinusvormig
signaal.
De in het uitgezonden signaal aanwezige hoogfrequent componenten zijn aangegeven in:

a. figuur 1
b. figuur 3
c. figuur 4
d. figuur 2
039

De spanning tussen X en Y is:

a. 20 V
b.   0 V
c. 10 V
d. 30 V
040

Twee accu’s worden parallel geschakeld.
Hierdoor ontstaat een batterij met:

a   een lagere spanning
b   een hogere toelaatbare stroom
c   gelijke eigenschappen
d   een hogere spanning
041

De spanning loopt 90' in fase achter op de stroom in:

a   afbeelding 2
b   afbeelding 4
c   afbeelding 1
d   afbeelding 3
042

De juiste plaats van het anti-aliasfilter in een DSP-systeem is:

a module 1
b module 4
c module 3
d module 2
043

De spanning is in fase met de stroom in:

a   afbeelding 1
b   afbeelding 3
c   afbeelding 4
d   afbeelding 2
044

Instelling oscilloscoop:
Horizontaal: 4
πsec/schaaldeel
Verticaal: 25 V/schaaldeel
Uit dit beeld leidt u de volgende waarden af:

a   62,5 Khz      35,5 V
b   160 Khz         71  V
c   62,5 Khz         71 V
d   160 Khz       35,5 V
045

De stroom door de weerstand R is:

a   1 A
b   7,5 A
c   1,5 A
d   5 A
046

Twee batterijen met ongelijke klemspanning worden parallel geschakeld.
De klemspanning die nu ontstaat is:

a   niet te voorspellen
b   gelijk aan de hoogste spanning
c   gelijk aan de laagste spanning
d   gelijk aan de gemiddelde spanning
047

ln het ASCII-alfabet wordt elk teken weergegeven door 7 bits.
Aan elk teken wordt een pariteitsbit toegevoegd.
Een tekst van 6000 ASCII-tekens wordt in 1 minuut verzonden.
De bitsnelheid is:

a   800 b/s
b   700 b/s
c   100 b/s
d   48.000 b/s
048

Het aan de luidspreker toegevoerde vermogen is 200 mW.
De aanwijzing van de voltmeter is:

a   1 V
b   100 mV
c   2 mV
d   20 mV
049

Een versterker heeft een bandbreedte van 1 Mhz.
Als twee van deze versterkers achter elkaar worden geschakeld dan zal de bandbreedte:

a   iets kleinder worden
b   gelijk blijven
c   iets groter worden
d   verdubbelen
050

De polarisatie van een radiogolf is gedefinieerd als:

a.de richting van het elektrisch veld
b.de richting van het magnetisch veld
c.de opstralingshoek van de zendantenne
d.de hoofdstralingsrichting van de zendantenne
051

Een geschikte bemonsteringsfrequentie voor een spraaksignaal met frequenties tussen 300 en 3000 Hz is:

a. 1000 Hz
b. 3000 Hz
c. 8000 Hz
d. 300 Hz
052

Een sinusvormige wisselspanning heeft een effectieve waarde van 100 volt.
De momentele waarden van deze wisselspanning liggen tussen:

a   -70.7 V en +70.7 V
b   -141.4 V en +141.4 V
c   0 V en +141.4 V
d   -100V en +100 V
053

De gemiddelde waarde van de stroom over het tijdsinterval 0 to t1 seconde is:

a   1/
π A
b  
π A
c   2/
π A
d   0 A
054

Een 8-bits ADC kan een ingangssignaal onderscheiden van maximaal:

a   1024 niveaus
b   64 niveaus
c   256 niveaus
d   8 niveaus
055

Een amplitudegemoduleerde zender wordt met een laagfrequent toon 100% gemoduleerd.
De PEP is 200watt.
Het draaggolfvermogen is:

a   200 W
b   50 W
c   100 W
d   25 W
056

Afscherming tegen elektrische velden kan worden bereikt door:

a   een LC-kring
b   een geaarde metalen plaat
c   een ontkoppel condensator
d   een spoel naar aarde
057

Op de schakeling wordt een blokvormige spanning U1 aangesloten.
De uitgangsspanning U2 wordt voorgesteld door:

a   3
b   2
c   4
d   1
058

Door een lange spoel loopt een hf-wisselstroom.
Een aluminium huis is in de lengterichting van een smalle luchtspleet voorzien, om de spoel geschoven en geaard.

Dit wordt gedaan om:

a   het elektrische en magnetische veld af te schermen
b   de magnetische veldlijnen te consentreren in de kuchtspoel
c   alleen het elektrische veld af te schermen
d   de zelfinductie te vergroten
059

Een sinusvormig signaal is opgeteld bij een gelijkspanning.
De gelijkspanning bedraagt:

a   10 V
b   6,37 V
c   7.07 V
d   5 V
060

Het getekende filter is:

a   reconstructiefilter
b   anti-alias filter
c   IIR-filter
d   FIR-filter
061

De spanning U heeft een frequentie van 1 Mhz.
Om spoel Y af te schermen van het magnetische veld van spoel X dient men:

a   een ijzerkern aan te brengen in de spoel X
b   een ijzerkern aan te brengen in beide spoelen
c   spoel X in een koperen buis te plaatsen
d   een koperkern aan te brengen in spoel
062

Een reconstructiefilter:

a   wordt veelal toegepast in een DSP-keten
b   is een bandsperfilter
c   is een andere naam voor een anti-alias filter
d   is een hoogdoorlaatfilter
063

Een Cyclic Redundancy Check (CRC) wordt gebruikt om te controleren of:

a   de maximale berichtenlengte niet wordt overschreden
b   er een overdrachtsfout is opgetreden
c   het eind van een tekst is bereikt
d   de baudsnelheid juist is ingesteld
064

Het symmetrische blokvormige signaal van 1500 Hz bevat de volgende frequenties:

a     500 Hz1000 Hz1500 Hzen hoger
b     750 Hz1500 Hz3000 Hzen hoger
c   1500 Hz4500 Hz7500 Hzen hoger
d   3000 Hz4500 Hz6000 Hzen hoger
065

Welke grafiek stelt het weerstandsverloop van een NTC-weerstand voor?

a   A
b   B
c   C
d   D
066

Een signaalsterkte wordt gerapporteerd als "S9 plus 20 dB".
Indien van de beluisterde zender het vermogen wordt gereduceerd van 150 W naar 15 W, dan behoort het signaalsterkte rapport te zijn:

A. S9
B. S9 plus 10 dB
C. S9 plus 20 dB
D. S9 plus 30 dB
067

De grafische voorstelling van een sinusvormige wisselspanning die in tegenfase is met de elektrische stroom, is:

a A
b B
c C
d D
068

De karakteristiek behoort bij een:

A. transistor (NPN)
B. weerstand met positieve temperatuur coëfficiënt (PTC)
C. zenerdiode
D. weerstand met negatieve temperatuur coëfficiënt (NTC)
069

Een geschikte bemonsteringsfrequentie voor een spraaksignaal met frequenties tussen 300 en 3000 Hz is:

A. 300 Hz
B. 1000 Hz
C. 3000 Hz
D. 8000 Hz
070

De spanning loopt 90° voor op de stroom in figuur:

A   B   C   D
071

De schakelende voeding wordt normaal belast door RL.
De spanning Uc heeft de getekende golfvorm.

Uu is:
A. 4 V
B. 8 V
C. 12 V
D. 24 V
072

De werking van een geaarde aluminium afschermbuis om een HF-spoel berust op:

a   inductie van een stroom in de buis die een tegengesteld magnetisch veld opwekt
b   magnetische geleiding van aluminium
c   naar aarde afvoeren van magnetische veldlijnen
d   diamagnetische eigenschappen van aluminium
073

In de schakeling wordt de weerstand R vervangen door een weerstand met een tweemaal zo grote waarde.
De spoel L en de condensator C zijn verliesvrij.
De bandbreedte van de schakeling wordt hierdoor:

a   4x zo groot
b   2x zo klein
c   2x zo groot
d   niet gewijzigd
074

Een signaalsterkte wordt gerapporteerd als S9 plus 20 DB.
Indien het vermogen van 150 W naar 15 W wordt teruggebracht, behoort het signaalreport te zijn:

a   S9
b   S9 plus 10 dB
c   S9 plus 20 dB
d   S9 plus 30 dB
075

Een batterij met een inwendige weerstand van 15 ohm en een bronspanning (EMK) van 30 volt wordt aangesloten op een parallelschakeling van 2 weerstanden van 30 ohm.
De stroom die de batterij levert is:

a   0.5 A
b   4 A
c   1 A
d   2 A
076

Een analoog signaal wordt aangeboden aan een ADC.
De nauwkeurigheid van de conversie kan worden vergroot door:

a   meer bits per sample te gebruiken
b   de bemonsteringsfrequentie te verlagen
c   het ingangssignaal van de ADC te verzwakken
d   minder bits per sample te gebruiken
077

Aan de modulator van een zender wordt een bit stroom toegevoerd.
Als een bit de waarde 1 heeft wordt de frequentie van het uitgezonden signaal 170 ‘Hz lager dan wanneer het bit de waarde 0 heeft.
Deze modulatie heet:

a   QAM
b   FSK
c   4-PSK
b   2-PSK
078

De polarisatie van de door een yagi-antenne uitgestraalde golf wordt bepaald door:

a. de stand van de straler
b. het aantal elementen
c. de afstand tussen de elementen
d. de antennehoogte
079

Op de ingang is een puls-vormige spanning aangesloten.
De (onbelaste) uitgangsspanning is:

a   40/π V
b   20 V
c   40 V
d   10 V
080

Een specifieke modulatievorm voor digitale signalen is:

a   AM
b   EZB (SSB)
c   2-PSK
d   FM
081

Een symmetrisch blokvormig signaal heeft een grondfrequentie van 1500 Hz.
Het signaal bevat de volgende frequenties:

a   500 Hz, 1000 Hz, 1500 Hz en hoger
b   3000 Hz, 4500 Hz, 6000 Hz en hoger
c   1500 Hz, 4500 Hz, 7500 Hz en hoger
d   750 Hz, 1500 Hz, 3000 Hz en hoger
082

De gemiddelde waarde van de stroom I is:

a   6 A
b   1 A
c   2 A
d   3 A
083

Afscherming tegen elektrische velden kan worden bereikt door toepassing van:

a   een geaarde metalen plaat
b   een LC-kring in resonantie
c   een spoel naar aarde
d   een ontkoppelcondensator
084

De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

a   frequentiemodulatie
b   amplitudemodulatie
c   morsetelegrafie
d   enkelzijbandmodulatie
085

Een ontvanger heeft een mf-bandbreedte van 6 kHz.
De hoogste frequentie die na een detectie van een AM-signaal onvervormd wordt weergegeven bedraagt:

a   12000 Hz
b   6000 Hz
c   1000 Hz
d   3000 Hz
086

De gemiddelde waarde van de stroom Is:

a   0 mA
b   4 mA
c   4V2 mA
d   8 mA
087

De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

a   morsetelegrafie
b   frequentiemodulatie
c   enkelzijbandmodulatie
d   amplitudemodulatie
088

Bij het bemonsteren van een spraaksignaal wordt een anti-aliasfilter toegepast.
Dit filter is een:

a   hoogdoorlaatfilter met een kantelfrequentie van 300 Hz
b   banddoorlaatfilter voor de samplefrequentie
c   laagdoorlaatfilter met een kantelfrequentie van 3000 Hz
d   bandsperfilter voor de samplefrequentie
089

De gemiddelde waarde van de stroom is:

a   3 A
b   0.5  A
c   0.33  A
d   1.65 A
090

Welke van de onderstaande materialen is de beste hoogfrequent isolator?

a   pertinax
b   polystyreen
c   hout
c   rubber
091

Een frequentie gemoduleerd telefonie signaal heeft de volgende eigenschap:

a   alle zijbandcomponenten hebben gelijke amplituden
b   de bandbreedte is onafhankelijk van de frequentie karakteristiek van de modulator
c   de frequentie van de draaggolf varieert in het ritme van de modulatie
d   het aantal zijbanden componenten  is onafhankelijk van de modulatie
092

Een amplitude gemoduleerd telefonie signaal heeft de volgen eigenschap:

a   de bandbreedte is onafhankelijk van de frequentie van het modulerend signaal
b   de frequentie van de draaggolf is constant
c   de fase van de draaggolf varieert in het ritme van de modulatie
d   alle zijbandcomponenten hebben gelijke amplituden
093

Een gloeilamp (110 V,100W )is als belasting aangesloten op een 100W FM-zender die met spraak gemoduleerd wordt.
Deze lamp zal:

a   niet gloeien
b   alleen tijdens het spreken gloeien
c   constant gloeien
d   in het spraakritme gloeien
094

Het symmetrische blokvormig signaal van 500 Hz bevat de volgende frequenties:

a   500 Hz     1000 Hz   1500 Hz en hoger
b   750 Hz     1500 Hz   3000 Hz en hoger
c   1500 Hz   4500 Hz   7500 Hz en hoger
d   3000 Hz   4500 Hz   6000 Hz en hoger
095

Een zender wordt gelijktijdig gemoduleerd met twee sinusvormige signalen.
Indien het spectrum van het uitgangssignaal het getekende beeld vertoont, is er sprake van:

a   amplitude modulatie
b   enkelzjband modulatie
c   fase modulatie
d   freqentie modulatie\
096

De watt-seconde is de eenheld van:

a   arbeid
b   kracht                     
c   vermogen
d   dissipatie
097

De niet-sinusvormige spanning bestaat uit:

a   twee sinusvormige signalen met gelijke amplitude van dezelfde frequentie die in fase zijn verschoven
b   twee sinusvormige signalen met gelijke amplitude van verschillende grequenties
c   de grondgolf
d   een grondgolf met harmonischen
098

Een accu wordt opgeladen als:

a   er een laadstroom loopt die tegengesteld is aan de ontlaadtstroom
b   de spanning aangeleg wordt die evengroot is als de klemspanning
c   er een laadstroom loopt in dezelfde richting als de ontlaadstroom
d   de spanning aangelegd wordt die lager is dan de klemspanning
099

De weerstandsverhoging door het huid-effect (skin-effect) is groter wanneer:

a   de coefficient van zelfinductie hoger is
b   de stroom door de spoel groter is
c   de frequentie hoger is
d   de isolatie dikker is
100

Op een volledig geladen accu van 12 V wordt een lampje aangesloten van 12 V/6 W.
Na 24 uur is de accu uitgeput.
De accu heeft een capaciteit van:

a   6 W
b   12 Ah
c   72 Ah
d   144 Wh
101

Hoeveel elektrische energie is verbruikt gedurende 1 minuut bij een stroom van 1 ampére en een gelijkspanning van 12 volt ?

a   12 Ws
b   5 Ws
c   720 Ws
d   8640 Ws
102

De grafische voorstelling van een sinusvormige wisselspanning die 900 in fase achterloopt op de elektrische stroom, is:

a   afbeelding A
b   afbeelding B
c   afbeelding C
d   afbeelding D
103

De capaciteit van een batterij of accu wordt bepaald door:

a   de klemspanning
b   de grootte van de kortsluitstroom
c   de grootte van de stroom waarmee de batterij is geladen
d   de stroom welke de batterij gedurende een bepaalde tijd kan leveren
104

Bij een FM-zender wordt door het moduleren het aan de antenne afgegeven vermogen:

a   kleiner
b   groter
c   niet veranderd
d   soms kleiner, soms groter
105

Hoeveel vermogen wordt gedissipeerd in de verzwakker?

a   10 W
b   9 W
c   5 W
d  1 W
106

Op een volledig geladen accu van 12 volt wordt een lampje aangesloten van 12 V/6 W.
Na 24 uur is de accu uitgeput.
De accu heeft een capaciteit van:

a   6 W
b   12 Ah
c   72 Ah
d   144 Wh
107

De spanning U heeft een frequentie van 1 MHz.
Om spoel Y af te schermen van het magnetische veld van spoel X dient men:

a   een ijzerkern aan te brengen in spoel X
b   een ijzerkern aan te brengen in beide spoelen
c   een koperkern aan te brengen in spoel Y
d   spoel X in een koperen bus te plaatsen
108

Met de capaciteit (Ah) van een batterij of accu wordt bedoeld:

a   het maximaal te leveren vermogen
b   het produkt van de EMK en de kortsluitstroom
c   het produkt van de elektrische spanning en de maximaal te leveren stroomsterkte
d   het produkt van de afgenomen stroom en de tijd dat deze stroom kan worden geleverd
109

Om een magnetisch veld af te schermen, gebruikt men materiaal met een :

a   lage diëlektrische constante
b   lage permeabiliteit
c   hoge diëlektrische constante
d   hoge permeabiliteit
110

Als de belastingsweerstand van een accu gelijk wordt gekozen aan de inwendige weerstand van die accu, dan zal:

a   de accu minimaal vermogen leveren aan de belasting
b   de accu maximaal vermogen leveren aan de belasting
c   er minimale stroom vloeien in het circuit
d   er maximale stroom vloeien in het circuit
111

Afscherming tegen magnetische velden wordt bereikt door toepassing van:

a   een ferrietstaaf
b   een manteltransformator
c   een spoel zonder ferrietkern
d   een magnetisch geleidend materiaal
112

Bij een spanning van 6 V en een stroom van 1 A wordt gedurende 1 minuut een hoeveelheid energie opgenomen van:

a   1 Ws
b   6 Ws
c   60 Ws
d   360 Ws