001

De 3 Db bandbreedte van een parallelkring met een resonantiefrequentie van 21 MHz en een Q van 70 is:

a  1470 Khz
b   600 Khz
c   300 Khz
d   150 Khz
054     Bandbreedte
B = f0 / Q
002

De kring is in resonantie.
Na het sluiten van de schakelaar wordt:

a   De spanning U2 groter en de bandbnreedte van de kring groter
b   De spanning U2 kleiner en de bandbreedte van de kring kleiner
c   De spanning U2 kleiner en de bandbreedte van de kring groter
d   De spanning U2 groter en de bandbreedte van de kring kleiner    

003

De bandfilters P en Q zijn gelijk.
De bandbreedte van de schakeling wordt bepaald door:

a   bandfilter P
b   bandfilters P en Q
c   de versterker V
d   bandfilter Q