001

Een parallelkring heeft

a   bij alle frequenties dezelfde impedantie
b   in resonantie een hoge impedantie
c   in resonantie een lage impedatie
002

Bij resonantie is de impedantie Z

a   1000 Ohm
b       91 Ohm
c    1100 Ohm
d      100 Ohm
003

Bij een bepaalde frequentie is Xl = 400 Ohm
De frequentie wordt vedubbeld.
Wat is dan de impedantie Z?

a   850 Ohm
b   500 Ohm
c   1100 Ohm
d   700 Ohm
004

Voor een bruikbare modulatie zal de waarde van R1 liggen in de ordegrootte van

a   10 Ohm
b   600 Ohm
c   100 Kohm
d   1 Ohm
036     Impedantie
005

De spoel heeft een gelijkstroomweerstand van 40 ohm.
De reactantie (X.L ) is 1 K-ohm.
De ingangsspanning is ongeveer:

a   204 V
b   104 V
c   100 V
d   4 V
006

Een seriekring met hoge Q gedraagt zich op zijn resonantiefrequentie als een:

a. hoge weerstand
b. kortsluiting
c. lage weerstand
d. oneindig hoge weerstand
007

Een spoel heeft een gelijkstroomweerstand van 24 Ω.
Bij een bepaalde frequentie is de reactantie 32 Ω.
De impedantie is dan:

a   24 Ω
b   32 Ω
c   40 Ω
d   56 Ω
008

De spanning over de weerstand is?

a   280 V
b   150 V
c   200 V
d   210 V