001

Een condensator van 25 nF is aangesloten op een wisselspanning met een frequentie van 50 Khz
De rectantie Xc is ongeveer

a   254 Ohm
b   800 Ohm
c   127 Ohm
d   1250 Ohm
028     schijnbare weerstand
Xc = 1/ [ 2*pi*f*C]
002

Een  verliesvrij condensator is aangesloten op een sinusvormige spanning.
Welke bewering is juist ?

a   de condensator neemt het dubbele vermogen op bij verdubbeling van de spanning
b   de condensator neemt bij een bepaalde frequentie maximaal vermogen op
c   de condensator neemt het dubbele vermogen op bij verdubbeling van de capaciteit
d   de condensator neemt geen vermogen op
003

Een condensator is aangesloten op een wisselspanning.
Wat is juist?

a   bij het verhogen van de frequentie verminderd de stroom
b   in de condensator loopt geen stroom
c   bij het verhogen van de spanning vermindert de stroom
d   bij het verhogen van de frequentie neemt de stroom toe
004

Een condensator wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 15 volt.
Bij een frequentie van 100 Hz is de stroom door de condensator 50 mA.
Indien de frequentie 2000 Hz bedraagt is de stroom:

a   20 maal zo groot
b   even groot
c   Ѵ20 maal zo groot
d   20 maal zo klein
005

De stroom door de condensator is:

a      10 mA
b   12,5 mA
c     2.5 mA
d     7,5 mA