020_BB_EZB        BB SSB = f-mod
001

Een ideale enkelzijbandzender wordt met een sinusvormoge toon van 1000 Hz uitgestuurt.
Het uitgangssignaal wordt op een oscilloscoop zichtbaar gemaakt.
Het juiste beeld is:

a   beeld 2
b   beeld 1
c   beeld 4
d   beeld 3
002

In een enkelzijbandzender wordt het signaal opgewekt als lage zijband.
De draaggolfoscillator van het zijbandfilter moet liggen tussen de frequenties:

a   455.3 Khz en 458.0 Khz
b   452.0 Khz en 458.0 Khz
c   155.0 Khz en 458.0 Khz
d   452.0 Khz en 454.7 Khz
003

Een EZB-zender heeft eenzijbandfilter met een bandbreedte van 2500 Hz.
De draaggolf is goed onderdrukt.
Als de zender met spraak wordt gemoduleerd blijkt de bandbreedte van de uitzending aanzienlijk groter te zijn dan 2500 Hz.
Door welke oorzaak kan dit verschijnsel ontstaan?

a   de frequentie van de draaggolf ligt te ver naast de doorlaatband van het zijbandfilter
b   de staandegolfverhouding in de voedingskabel naar de antenne is te groot
c   een versterkertrap na het zijbandfilter wordt overstuurd
d   de frequenriekarakteristiek van de laagfrequent modulatieversterker loopt te ver door
004

In een EZB-zender wordt de modulatie verkregen door middel van een balansmodulator.
Daarachter is een zijbanddoorlaatfilter geplaatst.
De gangbare bandbreedte van dit filter voor goed verstaanbare spraak bedraagt:

a   1200 Hz
b   9600 Hz
c   2400 Hz
d   4800 Hz